De dood of de gladiolen: zwaarbevochten 9de plek bij het NK Journalisten 2019

De dood of de gladiolen: zwaarbevochten 9de plek bij het NK Journalisten 2019

In de geweldige entourage van het Daags na de Tour evenement in Boxmeer reed ik maandag het NK Journalisten 2019. Met een top 10 plek als resultaat. Daar zag het er halfkoers niet naar uit.

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Koersen tussen de feesttenten, buitenbars, harde muziek, frietkramen over een ronde dwars door het centrum van het dorp. Het Daags na de Tour criterium in Boxmeer is een volksfeest waarvoor het hele dorp en omgeving uitloopt. Ik kan me geen betere entourage voor het NK Journalisten bedenken.

De Renner

Ik bewaar goede herinneringen aan het Nederlands Kampioenschap dat jaarlijks onder journalisten wordt gehouden. Het NK, toen gehouden als onderdeel van de Ronde van Katendrecht in Rotterdam, was in 2012 mijn eerste koers. Ik sloot aan in de B-categorie en had geen idee hoe je een wedstrijd moet rijden. Tv-maker Wilfried de Jong ging de eerste ronde onderuit. Ik kon in de voorste groep aanpikken, maar wist niet hoe je snel bochten neemt. De latere winnaar gaf me nog tijdens de koers tips. De groep dunde uit. De speaker riep in één van de laatste rondes: “Bram de Vrind zit in kansrijke positie!”, waarop ik dacht: wie, ik? Ik werd uiteindelijk zevende, achter onder andere schrijver Tim Krabbe (‘De Renner’) die tweede werd. Het was een prachtige ervaring.

NK Journalisten Groningen

Ook de jaren erop aasde ik op deelname, maar het kwam er steeds niet van. Het NK werd een paar keer gecanceld en toen organisator Sjors Beukeboom (NOS) vorig jaar de handschoen oppakte met een evenement in april te Groningen, moest ik afzeggen wegens een blessure. Het evenement in Boxmeer paste dit jaar echter perfect in de agenda.

Samen met ‘ploegmaat’ Merlijn Spenkelink die ook in Wielrenblad tenue rijdt, neem ik de tactiek door. We concluderen dat we in de eerste ronden vooraan moeten zitten, omdat het peloton snel in stukken zal breken. Dat komt door de grote niveauverschillen; sommige deelnemers zijn ervaren criteriumrijders, zoals Merlijn, en andere deelnemers rijden hun eerste koers. Het parcours is vlak en bochtig, wat inhoudt dat renners die hard kunnen aanzetten na de bochten in het voordeel zijn. En ik in het nadeel ben als lichte klimmer met frikandellensprint. Toch ga ik voor plek in de kopgroep.

‘Bram de Vrind leidt de achtervolging!’

Merlijn en ik stellen ons op op de voorste rang in het startvak. We hebben daarmee onze eerste move alvast gemaakt. Het peloton schiet in gang. Ik handhaaf met de eerste ronden rond de tiende plek, goed genoeg van voren.

Niet dus. Na het passeren van de finishlijn valt een renner voor me volledig stil. Het peloton breekt en de eerste zeven renners, waaronder Merlijn, rijden van ons weg. Het gaat me toch niet gebeuren dat ik de hele koers in de tweede groep rijd, denk ik. Ik zet de achtervolging in en probeer met harde kopbeurten het gat te verkleinen. “Bram de Vrind leidt de achtervolging!”, roept de speaker om. Maar de samenwerking in de groep hapert; een stuk of drie renners doen kopwerk en de rest weigert over te nemen. Dan maar alleen de oversteek maken.

Door de pijngrens

Een ronde lang geef ik alles wat ik heb. Ik ga door de pijngrens en diep in het rood, terwijl ik me klein maak in tijdritpositie met de handen over het stuur. Als de groep voor me inhoudt voor een bocht, trap ik nog even door. Het is de dood of de gladiolen! Langzaam maar zeker kruip ik naar de groep en pak het laatste wiel. “Heb je ons bijgehaald of ben je gedubbeld?”, vraagt Merlijn. “Bijgehaald!”, hijg ik. Ik ben finaal naar de klote maar zit er in ieder geval bij.

Het is dan halfkoers. Ik schakel over op de overlevingsstand en probeer een beetje te ‘recupereren’. Twee renners rijden voor onze groep uit: amateur-renner Elias de Bruijne (Fiets) en elite-mountainbiker Juul van Loon (De Gelderlander).

Radio Tour de France

In de finale merk ik dat ik nog wat over heb. Sjors Beukeboom springt weg en ik pak zijn wiel. Merlijn volgt. We worden al snel bijgehaald. Vlak voor het ingaan van de laatste ronde rijd ik op kop van het peloton. De finishtune van Radio Tour de France weerklinkt. Ik demarreer bij het passeren van een lastige rotonde, waar de groep consequent dwars over het eiland rijdt. “Bram de Vrind leidt het peloton!”, roept de speaker die vandaag bijzonder complimenteus is. Maar ik kijk achterom en zie dat een grote groep volgt.

Ik pak een herstelmoment om de volgende demarrage te kunnen volgen. Nog een halve ronde te gaan. Sjors, Merlijn en Peter Kraaijvanger (Specialized PR en media) gaan er vandoor. Ik zet alles op alles om te volgen. Twee groepen achterblijvers komen in beeld. Peter roept dat ze aan de kant moeten. Deze chaotische situatie werkt in ons voordeel; het is lastiger om te volgen. De laatste 500 meter werk ik af als een tijdrit. Ik kijk om en zie niemand volgen, terwijl Mick Enkelaar (Gracenote Sports) voor me stil lijkt te vallen. Meter voor meter kom ik dichterbij, maar kan hem net niet passeren.

Handtekeningen

Maar dan word ik zelf in de luren gelegd. Als een duveltje uit een doosje sprint Rodrick de Munnik (Fiets) me voorbij. Hij wint in zijn categorie, terwijl ik de negende plek pak in mijn categorie (tiende algemeen). En als je de Belg die derde werd niet meerekent zelfs achtste ;). Even later word ik omringd door fans die handtekeningen komen vragen. Niet van mij, maar van Marianne Vos, Annemiek van Vleuten en andere elite dames die na ons koersen. Via de coulissen ga ik er vandoor.

Foto’s: Monique Segers-Weijts

Klimmen Tegen MS 2019: heldendaden op de Mont Ventoux

Klimmen Tegen MS 2019: heldendaden op de Mont Ventoux

Drie of zelfs vier keer de Mont Ventoux was het doel van mijn vriendin Esther tijdens Klimmen Tegen MS. Inclusief de steile en onverharde Route Forestière. Ik ging mee om haar als fietsende ‘waterdrager/sherpa’ te ondersteunen. Het werd een dag waarin Esther boven zichzelf uitsteeg, net als velen om ons heen.

Bram de Vrind
De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Klimmen Tegen MS-organisator Edwin van Wijngaarden verwoordde het mooi. De Mont Ventoux inspireert elk jaar weer honderden deelnemers aan Klimmen Tegen MS om het gevecht met de berg aan te gaan. Iedereen op zijn eigen manier. Van topfitte renners die zes keer de Kale Berg te beklimmen, tot deelnemers die niet goed kunnen lopen en een paar kilometer of paar honderd meter afleggen. Als statement van mentale kracht: ik laat me niet kisten door de slopende ziekte.

Derde deelname Klimmen Tegen MS

Wij nemen voor de derde keer deel aan Klimmen Tegen MS. Esther heeft zelf MS en was in 2017 een van de oprichters van het bedrijventeam van haar werkgever PLUS aan het evenement. Vorig jaar bereikten we drie keer de top. Dit jaar legt Esther de lat nog hoger. Drie beklimmingen, maar dan wel via de Route des Cèdres (beter bekend als de Route Forestière), het steile en onverharde pad dat niet met de racefiets te bedwingen valt. Als we dan toch bezig zijn, plakken we er misschien nog wel een vierde beklimming vanuit Sault (de minst zware kant) achteraan, was haar plan. Dat zou 180 kilometer en niet minder dan 6.000 hoogtemeters opleveren.

Als de zon een oranje gloed op de berg werpt, vertrekken we in de vroege morgen van 10 juni op de fiets naar Malaucène. We starten om 6 uur, een uur eerder dan de gezamenlijke start, om de mogelijkheid te houden om vier beklimmingen voor het donker af te ronden. We worden opgehouden door de startboog die nog op de grond ligt. De vrijwilligers duwen de boog omhoog en we fietsen er onderdoor. We rijden de verlaten weg (21 kilometer, 7,6%) over de graat van de berg naar boven met wijdse panorama’s. Esther pakt haar tempo en rijdt zonder te stoppen naar de top. In 2:51, veel sneller dan vorig jaar. Het is voor het eerst dat ze me vandaag zal verbazen.

Fietswissel

We dalen af naar Bedoin om aan de tweede klim te beginnen, een combinatie van weg en onverhard pad over de Route Forestière. Hans en Ine, de ouders van Esther, staan klaar met de mountainbikes waarmee we de route fietsen. Vrijwilliger Vincent, die deelnemers op het pad begeleidt, doet de slagboom open: “Het pad is niet makkelijk, maar je hebt wel mooi uitzicht.”

Hij krijgt gelijk. De route van 11 kilometer begint verhard met fraaie uitzichten op de toren op de Ventoux. Maar met het verstrijken van de kilometers wordt het pad steiler en slechter, met grote stenen en kuilen. Dat vergt veel energie en concentratie. Mijn crossfiets is er eigenlijk niet voor geschikt. Vincent komt af en toe op zijn quad langs en voorziet ons van water en opbeurende woorden. De laatste kilometers vlakt de weg af en kunnen we genieten van het wijdse uitzicht vanaf stille pad dat we helemaal voor onszelf hebben. Wat een gave beleving!

We wisselen terug naar de racefietsen en rijden naar de top. Daar duwen we snel wat pasta naar binnen en beginnen aan de afdaling naar Bedoin voor de derde klim. De lange klim door het bos lijkt eindeloos te duren. Hoewel Esther nog altijd sterk rijdt, ondanks dat we al 50 kilometer hebben geklommen. Maar vlak voordat we het bos hebben overwonnen, krijgt Esther steken in haar zij. Ze stopt om languit op een trap gaan liggen om de pijn te laten zakken. Dat heeft effect, in combinatie met een paar paracetamols.

Erehaag van familie en vrijwilligers

We vervolgen onze weg voor de laatste 6 kilometer door het maanlandschap tussen Chalet Reynard en de kale top. Het gaat supergoed, ondanks dat de laatste 2 kilometer akelig steil zijn. Als we de laatste bocht onder de top maken, horen we de luide muziek bij de finish. Daar wacht een erehaag van vrijwilligers en familie die ons onder luid gejuich binnenhalen. Esther barst in huilen uit en ook ik houd het niet droog. Het is dan 18 uur en we zijn 12 uur onderweg. We hebben de zware beproeving doorstaan.

Unieke prestatie

Maar Esther voelt zich goed en besluit te gaan voor een bijna unieke prestatie: vier beklimmingen. Als vijfde (geregistreerde) Nederlandse vrouw ooit. En misschien wel de eerste met MS. En ik dacht dat ik gek was met extreme uitdagingen! We gaan ervoor en zetten de afdaling in richting Sault, gevolgd door de ouders van Esther in de auto. Als we afdalen door het bos, realiseer ik me dat Esther op het punt staat om echt een unieke prestatie te verrichten. Ik ben ervan overtuigd dat ze het gaat redden. De beklimming (24 km, 4,9%) is een stuk minder zwaar dan Bedoin, Malaucène en al helemaal de Route Forestière.

Maar dan valt iets op. Het wordt niet warmer naar mate we dichterbij Sault in de vallei komen. De eerste waterdruppels tikken op het asfalt en gaan over in regen. Als we langs de lavendelvelden bij Sault zie ik de eerste bliksemschichten. Boven het dorp hangen gitzwarte wolken. We moeten nog 4 kilometer afdalen, het onweer tegemoet. We knijpen in de remmen om te schuilen in de auto. Op de buienradar blijkt dat het onweer nog zeker een half uur gaat duren. Daarmee zouden we pas tegen 20 uur de berg op kunnen en dat is met afdaling naar Malaucène erbij te laat.

Supertrots

Organisator Edwin van de organisatie komt al snel naar beneden om ons een lift te geven. Ik vind het moeilijk om de teleurstelling te verwerken. Ik had Esther deze bijzondere prestatie zo gegund. Tegelijkertijd ben ik supertrots dat Esther zo ongelooflijk sterk heeft gereden, zowel fysiek als mentaal. Dat je na 12 uur fietsen nog een keer de berg opgaat, ongelooflijk! Wat mij betreft heeft Esther een heldendaad verricht.

Maar niet alleen Esther. De support die we onderweg hebben gekregen was geweldig. Met Hans en Ine die ons de hele dag met de auto hebben gevolgd. Esthers zus Hilde, haar man Onne en neefjes Walt en Thijs die ons hebben aangemoedigd op de berg. Vrijwilliger Vincent die ons tijdens de Route Forestiere op de quad volgde. Mechanieker Rijko die spontaan met de bus de klim vanuit Bedoin afdaalde om mijn achterderailleur af te stellen. Organisator Edwin die ons een lift gaf en zelfs voor de deur van het huisje afzette na het onweer. En al die vrijwilligers die ons bij elke stop warm onthaalden. Zal ik je fiets vasthouden? Wil je water of sportdrank? Koeken of sportrepen? Ze maken Klimmen Tegen MS tot een evenement dat deelnemers hun leven lang niet zullen vergeten. Hetzelfde geldt voor ons.

La Claudio Chiappucci: kop van de koers-avontuur met verrassende finale

La Claudio Chiappucci: kop van de koers-avontuur met verrassende finale

Het kop van de koers-avontuur in de gran fondo La Claudio Chiappucci leverde een twaalfde plek op! Verslag over ontploffen op de laatste klim, teamwork en een solofinale waarin ik mezelf overtrof.

Bram de Vrind
De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

We rijden de Claudio Chiappucci als tweede cyclo van ons hemelvaart fietsweekend in Frankrijk. Les Trois Cols Materiel in het Centraal Massief had een prima 26ste plek opgeleverd, maar ik had geen superbenen, net als mijn Team ABT (Altijd Blijven Trappen) ‘ploegmaats’. Nieuwe ronde nieuwe kansen met de Claudio Chiappucci.

Legendarische zege

De cyclo is vernoemd naar de Italiaanse renner die tussen 1985 en 1999 actief was en drie Touretappes, een Giro-rit en Milaan-Sanremo won. Zijn meest legendarische zege is de Touretappe naar Sestriere in 1992 die hij won na een solo van 125 kilometer.

Het parcours telt 156 kilometer en 2000 hoogtemeters. De heuvels van de Bourgogne vormen het decor, met beklimmingen tot 5,5 kilometer, waarbij het zwaartepunt ligt op de tweede helft van de koers.

Cadel Evans

Thijs, Teun, Sjoerd en ik stellen ons op de zonnige morgen op in het startvak in het schilderachtige Arnay-le-Duc. Claudio Chiappucci gaat enkele rijen voor ons met fans op de foto. Oud-Tourwinnaar Cadel Evans is ook van de partij. Af te zien aan zijn afgetrainde kuiten en dikke bovenbenen is hij nog goed in vorm.

Na een geneutraliseerde fase gaan de motards en begeleidende wagens vooruit en wordt de koers vrijgegeven. Vlak na het vertrek springen zes renners snoeihard weg. We zullen ze niet meer terugzien.

Pijn in de benen

In de eerste 35 kilometer liggen vijf klimmetjes, waarop de eerste schifting wordt gemaakt. We positioneren ons voorin het peloton om te voorkomen dat we de slag missen. De eerste klim doet flink pijn in de benen; ik ben nog niet helemaal hersteld van de cyclo twee dagen eerder.

Claudio Chiappucci blijkt het afdalen niet te zijn verleerd. Hij manoeuvreert zich handig naar voren met de handjes bovenop het stuur alsof hij een toertocht rijdt. De Italiaan rijdt op een custom made fiets en op zijn kleding staat ‘Claudio Chiappucci forever’. De kleding van Cadel Evans is bescheidener. Daarop staat de tekst: ‘Forever Grateful’ (voor altijd dankbaar).

Ieder voor zich en God voor ons allen

Na de eerste beklimmingen is het peloton uitgedund. Op de steile Côte de Sussey na 51 kilometer gaat ook Chiappucci overboord. Evans blijft bij hem. Een tussenstuk volgt waarin iedereen naar elkaar kijkt en niemand wil rijden. Behalve als er groepjes demarreren uit het peloton natuurlijk. Ieder voor zich en God voor ons allen. Deze ‘toertocht’-fase biedt wel de mogelijkheid om goed te eten en drinken en genieten van het groene, uitgestrekte heuvelland van de Bourgogne met zijn schilderachtige dorpjes.

De Côte du Châteauneuf (1,5 km, max 13%) leidt op kilometer 104 de finale in. Het is een prachtige helling die langs een heuvel naar een vesting kruipt. Emmanuel Hollebeke, winnaar van de etappecyclo Campilaro waaraan we in 2016 deelnamen, rijdt weg uit de groep en niemand kan volgen.

Op de volgende klim rijdt Sjoerd met nog een paar anderen weg. Ik kan het gaatje met een uiterste krachtsinspanning dichten. Na de afdaling beginnen we aan de Cote d’Antheuil, met 5,5 kilometer en max 14 procent de langste, zwaarste en laatste van de dag. Sjoerd demarreert en wij laten hem als ploegmakkers rijden. Vlak voor het steilste stuk demarreert een sterke renner om het gat te dichten. Ik heb te weinig over en moet passen.

Langste klim van mijn leven

Het resterende deel voelt als de langste klim van mijn leven. Door de verzuring heen trappend rijd ik naar de top, terwijl ‘de groep Sjoerd’ meter voor meter van me wegrijdt.

Ik blijf over met een groep van acht, waaronder Thijs en Teun. Na overleg besluiten we Sjoerd met zijn groep van vier te laten gaan, zodat hij een gooi kan doen naar een top 10-plek. We blijven wel draaien om te voorkomen dat ze van achteruit terugkomen. Een paar Fransen in de groep profiteren bij ons in het wiel en rijden geen meter op kop.

Dan maar alleen!

Met mijn frikandellensprint heb ik geen zin om met die mannen naar de meet te rijden. Ik heb nog wat jus in de benen en laat Teun en Thijs weten dat ik ga demarreren. Op een stuk valsplat 12 kilometer voor de meet, spring ik met twee man weg. Als ik doortrek, kunnen ze niet volgen. Dan maar alleen!

Ik begin aan het langste stuk valsplat van mijn leven. Ik geef alles om zo snel mogelijk afstand te nemen. Vervolgens rijd ik hard door zonder compleet in de verzuring te gaan en maak mezelf klein om zo min mogelijk wind te vangen. Ik rijd nog altijd boven mijn omslagpunt; de benen zijn goed! Ik weet dat Teun en Thijs niet zullen rijden. In de dorpen word ik aangemoedigd door het publiek. Ik krijg vleugels!

Zwoegend en genietend rijd ik de laatste kilometers in dalende lijn naar de finish. De groep Sjoerd komt zelfs nog in het vizier. Ik had nooit verwacht dat ik als klimmer ooit met een solo op relatief vlak terrein zou wegkomen.

Zegegebaar

Met een zegegebaar rol ik over de meet. Twaalfde algemeen en vierde in mijn categorie! Ik blijk de groep Sjoerd tot 40 seconden te zijn genaderd, terwijl Teun en Thijs op 54 seconden achter me finishen.

Sjoerd heeft het sprintje in zijn groep gewonnen en pakt de achtste plek en derde plek in zijn categorie (een plek boven mij dus). Hij mag het podium op. Teun eindigt 15de en Thijs 17de. We hebben team geweldig teamwork geleverd.

We lunchen bij de aankomstlocatie en wachten op de podiumceremonie, die hopeloos uitloopt. De winnaars moeten zich voor het podium opstellen en Claudio Chiappucci poseert op de hoogste trede. Om half vijf, drie uur na onze aankomst wordt Sjoerd naar voren geroepen. Met een mooie beker en fantastische tête de la course-ervaring keren we terug.

Over La Claudio Chiappucci

De organisatie van de Claudio Chiappucci is perfect in orde, met seingevers op de belangrijkste kruispunten, motards en goede bevoorrading. Bij de ravitaillering werden aan onze groep flesjes water aangegeven, zodat we niet hoefden te stoppen. Er stonden geen pijlen langs de kant, maar de pijlen waren op de weg geschilderd. Na de cyclo is in een prima lunch voorzien. Ondanks het geringe aantal hoogtemeters is het parcours selectief genoeg om niet de hele dag in een groot peloton te hoeven rijden. De beklimmingen zijn lang en zwaar genoeg om voor een schifting te zorgen. De beginfase was niet al te nerveus.

Les Trois Cols Materiel: demarreren kun je leren en hulp van een trein

Les Trois Cols Materiel: demarreren kun je leren en hulp van een trein

Een 26ste plek tijdens de cyclo Les Trois Cols Materiel in het Centraal Massief. Alles eruit gehaald wat erin zat, tevreden met het resultaat! Cyclo-verslag over demarreren in de finale en hulp van een passerende trein.

Bram de Vrind
De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Het parcours van deze klimcyclo voert vanaf de Rhônevallei naar de hellingen van het Centraal Massief (tot 800 meter), met beklimmingen tot 9 kilometer in lengte. Lengte van het parcours is 138 kilometer en onderweg zijn er bijna 3000 hoogtemeters te overwinnen. Samen met Sjoerd (zwarte koerstrui op de foto), Teun (witte koerstrui) en Thijs (niet op de foto) ben ik naar Frankrijk afgereisd voor een lang weekend fietsen.

We verzamelen ‘s morgens met een lekker zonnetje in ontspannen sfeer in La Tour de Salvagny. Het startvak loopt pas een kwartier voor de start vol. Op z’n Frans wordt de cyclo een paar minuten te laat, iets na 8:45, in gang geschoten.

Vrijwel direct volgen twee beklimmingen, gescheiden door een korte afdaling. Er is relatief weinig stress in het peloton en ik kan me goed van voren positioneren. Op de tweede, lange klim gaat het hard maar niet boven m’n theewater; ik houd de kop van de koers in het vizier.

Beslissende klim

Maar na een lange afdaling volgt een steile klim die beslissend zal blijken. De voorste groep breekt en Sjoerd, Thijs en ik moeten passen. Met een groep van vijftien man rijden we het grootste deel van de cyclo door de prachtige heuvels van het Centraal Massief. De paar keer dat ik mijn blik niet op de weg of het wiel van mijn voorganger focus, denk ik: wat een prachtige omgeving voor een fietsvakantie.

Tegen het einde voel ik dat het wel wat harder kon. Naar de meet rijden met vijftien man met mijn frikandellensprint is natuurlijk geen optie. Tijd om te demarreren!

Passerende trein

In de finale liggen drie klimmetjes tot 2,5 kilometer. Op de eerste klim spring ik in het wiel van een paar sterke gasten die later helemaal niet met de cyclo blijken mee te doen 😅. We worden teruggehaald, maar een paar mindere goden zijn alvast gelost. Op de voorlaatste klim gaan er nog een paar overboord. Een passerende trein (de slagbomen beginnen tijdens onze passage van de spoorovergang te rinkelen) zorgt ervoor dat we ze sowieso niet terugzien.

Op de laatste klim ga ik all out, waarop ik nog met vijf ben. Die mij er uiteraard opleggen in de eindsprint. Maar al met al tevreden met het koersverloop. 26ste plek is terecht. Nog een overwinning: de afdalingen gingen zeer goed voor mijn doen. Wat dat betreft weer een stapje gezet!

Organisatie Les Trois Cols Materiel

Over de organisatie van de cyclo ben ik zeer te spreken; op vrijwel alle cruciale punten stonden seingevers en de route stond overal duidelijk aangegeven. Vier van vijf sterren dus.

Granfondo Espace Cycles: chasse patate en frikandellensprint

Granfondo Espace Cycles: chasse patate en frikandellensprint

Een 86ste plek in de cyclo Granfondo Espace Cycles: het was niet mijn ‘koers’. Een verslag over finale rijden vanaf de start, chasse patate en afsprinten met frikandellenbenen. // Foto’s: Annick Joos/Granfondoteam.be

Bram de Vrind
De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

De Granfondo Espace Cycles (160 kilometer en 2200 hoogtemeters) voert over een glooiend parcours in de zuidelijke uitlopers van de Ardennen in Belgisch Luxemburg. De route in een notendop: een vlakke start, gevolgd door een reeks korte klimmetjes, een glooiend tussenstuk, nog meer korte klimmetjes en een vlakke finale. Als klimmer hoopte ik natuurlijk het verschil te maken bergop.

Team De Vrind en co.

Samen met Maarten, mijn pa en broer Bart (die meegingen als soigneurs/supporters) gingen we als Team De Vrind en co. op pad. Op de startlocatie in Étalle hing een gemoedelijk sfeertje; met 700 deelnemers is deze cyclo lekker kleinschalig, terwijl zaken zoals timing en het ophalen van startnummers goed zijn geregeld. Zoals het een Belgische cyclo betaamt, was het deelnemersveld sterk.

Finale vanaf de start

Vanaf het startschot begon eigenlijk al de eerste finale: jezelf positioneren voor de eerste klim. In volle vaart reden we over vlakke en brede wegen, terwijl aan weerszijden van het peloton continu groepjes naar voren meereden. Niet meeschuiven was achterop raken. Ik verloor langzaam terrein, terwijl de wegen smaller werden en opschuiven steeds moeilijker. In mijn geval ook fysiek: ik keek op mijn wattagemeter en besefte dat ik volle bak reed, terwijl ik in het wiel zat.

Dan maar opschuiven op de klimmetjes. Maar de hellingen waren zo smal dat de weg vaak letterlijk vol was. Bergaf en op de tussenstukken was er dan weer wel ruimte, maar daar kon ik het verschil niet maken. Bij de voorlopig laatste klim op kilometer 43 zag ik de tweede groep op 10/20 seconden voor me rijden, maar miste de aansluiting. Eigenlijk was daarmee mijn kans op een goede klassering al verspeeld.

Chasse patate

Ik belandde in een peloton waar de gang maar niet in kwam. Samen met nog een paar anderen deed ik pogingen om renners ertoe te bewegen om kop over kop te rijden en dus tempo te maken. Maar er werd niet of te lang (en dus te langzaam) overgenomen en de vaart kwam er niet in.

Over op Plan B: demarreren. Na de eerste sprong belandde ik met nog een renner in de chasse patate. De tweede demarrage haalden we een groepje bij, maar werden door het peloton teruggepakt. In de laatste klimzone posteerde ik me voorin het peloton, klaar om mee te springen, maar alles kwam steeds weer bij elkaar. Sterker: het peloton raapte steeds meer groepjes op.

Frikandellensprint

In de vlakke finale snelden we met een man of vijftig naar de meet. Ik heb me zoveel mogelijk voorin geposteerd in het peloton, maar wist dat ik met mijn frikandellensprint niet ver zou komen. Als 86ste rolde ik over de finish, waar Bart en m’n pa me opwachtten.

Al met al niet wat ik ervan gehoopt had, maar wel een goede training! En een leuk weekend gehad met mijn pa en Bart als verzorgers. Helaas kregen we een grote domper te verwerken: Maarten zat supergoed van voren in de beginfase, maar moest opgeven na een val. Beterschap Maarten!

Dit heb ik geleerd van de zware etappekoers Tour de Kärnten

Dit heb ik geleerd van de zware etappekoers Tour de Kärnten

Mijn eerste etappekoers, de Tour de Kärnten, zit erop. Ik heb veel van deze zware wedstrijd in Oostenrijk geleerd. Het rijden voor het klassement in een wedstrijd van 450 km, 7500 hoogtemeters, verdeeld over 6 etappes met een veelheid aan landschappen heeft aardig wat om het lijf. Je moet dag in dag uit, van klim tot afdaling zorgen dat je ‘mee’ zit met je concurrenten. Hieronder mijn 5 belangrijkste lessen van de voorbije week. En een race video.

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

1. Ik heb geleerd beter te tijdrijden. Als klimmer wist ik dat ik tijdens de eerste etappe, een redelijk vlakke tijdrit van 40 kilometer, flink wat tijd zou verliezen. De vraag was alleen: hoeveel. Daarom heeft Aschwin Van Oorschot van Sport Medisch Centrum JBZ Den Bosch verschillende tijdrittrainingen in mijn schema gezet, waarmee ik mezelf kon verbeteren in deze discipline. Ik kocht tijdrituitrusting (pak, stuur, helm) en reed een trainingswedstrijd. Dat wedstrijdje reed ik te langzaam zo blijkt achteraf, want tijdens de tijdrit in de Tour de Kärnten kon ik dezelfde intensiteit als in de trainingswedstrijd vier keer zo lang volhouden. Dat resulteerde in ‘de tijdrit van mijn leven’, met een 79ste plek algemeen.
2. Ik heb geleerd om mezelf op belangrijke momenten van voren te positioneren in het peloton. Stel: je rijdt met 300 man in een groep en er volgt een klim na 35 km koers. En iedereen weet dat hij op die klim goed van voren moet zitten om voorin de wedstrijd te blijven. Wat gebeurt er dan? Juist: iedereen gaat elkaar inhalen. Ik heb geleerd om rustig te blijven en in het gedrang op te schuiven als de situatie daarom vroeg. Vervolgens was het wagonnetje aanhaken bij een van de voorste groepen in de klim en niet lossen – not over my dead body.

3. Ik heb geleerd beter af te dalen. Op de top van een klim is de wedstrijd niet gedaan – allerminst. Goede dalers weten dat ze bergaf het verschil kunnen maken en storten zich naar beneden. Als je het contact met je groep verliest, zullen ze je op minuten achterstand rijden in de vallei. Als minder bekwame daler, was het dus zaak om goed van voren te zitten aan het begin van de afdaling en in de groep te blijven. Maar, zoals de koersdirecteur van de Tour de Kärnten treffend zei: je moet afdalen zo hard als je kunt en niet zo hard als je wilt. Dus zonder over de limiet te gaan. Ik heb mijn grenzen verlegd in afdalingen (elke dag haalden we snelheden boven 80 km per uur), zonder over de limiet te gaan. Niet altijd succesvol: in etappe 3 verloor ik het contact met het voorste deel van de groep en kreeg anderhalve minuut achterstand aan mijn broek. Maar dankzij deze ervaring zal ik de schade bergaf in de toekomst beter kunnen beperken.
4. Ik heb geleerd me minder druk te maken over van alles en nog wat, zoals slecht weer. Goed rusten is belangrijk in een koers waarin je zes dagen achter elkaar moet presteren. Piekeren helpt niet. Een belangrijke les was om op mezelf te vertrouwen en mezelf niet te druk te maken over de vorm van de dag of de mogelijkheid van slechte weersomstandigheden. Esther heeft me daarmee geholpen: vertrouwen op jezelf, gaf ze als advies. Slecht weer kregen we. Het frappante: tijdens een afdaling in de zeikende regen werd het verschil tussen mij en de andere renners kleiner, omdat zij nog voorzichtiger daalden.

5. Ik heb geleerd om te gaan met tegenslagen. De voorbereiding voor de Tour de Kärnten vanaf afgelopen winter was goed, maar niet zonder problemen. In februari kreeg ik acute pijnscheuten in mijn knie en in maart raakte mijn hiel overbelast, waardoor ik moeilijk kon lopen laat staan intensief trainen. Vervolgens raakte mijn andere hiel ook overbelast. Gelukkig ging het de laatste maand goed, waardoor ik alsnog intensief kon trainen.

Deze lessen hebben me geholpen om steeds weer wat plekjes te winnen in het algemeen klassement – van de 79ste naar de 33ste stek. Afgemeten aan het sterke internationale deelnemersveld was dit de plek waar ik in mijn optiek thuishoorde en ik ben er dan ook erg tevreden mee. Zo werd de Tour de Kärnten, ook wel ‘mini Tour de France voor cyclorijders’ genoemd, een bijzondere, intense ervaring die me nog lang zal blij blijven. Dank voor alle leuke reacties en aanmoedigingen tijdens de koers!