GFNY Alpes Vaujany: het prof-voor-een-dag gevoel op Franse Alpenreuzen

GFNY Alpes Vaujany: het prof-voor-een-dag gevoel op Franse Alpenreuzen

GFNY Alpes Vaujany: het prof-voor-een-dag gevoel op Franse Alpenreuzen

Met een parcours over de Col de la Croix-de-Fer (2068 m) en Col du Glandon (1924 m) brengt GFNY Alpes Vaujany het prof-voor-een-dag gevoel voor wielrenners naar de Franse Alpen. Ik beleefde een epische dag tijdens de gran fondo, die werd gedomineerd door barre weersomstandigheden.

Bram de Vrind
De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Ronkende begeleidingsmotoren stellen zich op voor het peloton. De groene startboog en poncho’s van de renners geven kleur aan het grauwe dorpsplein van Vaujany. Op de achtergrond buldert de 200 meter hoge waterval Cascade de la Fare. Opzwepende muziek weerklinkt. “Let’s go you are on fire!”, zegt de spreekstalmeester met zwaar Frans accent.

GFNY Alpes Vaujany

Het is 30 augustus. De regen valt met bakken uit de lucht als ik samen met 150 andere renners sta opgesteld in de startvakken voor GFNY Alpes Vaujany. Het is mijn eerste gran fondo van het jaar: ik kijk er naar uit om eindelijk weer te koersen! Echter, de organisatie en de deelnemers hadden zich de eerste editie van dit evenement waarschijnlijk anders voorgesteld. Op het programma stond een parcours (118 kilometer) om van te smullen: met de Alpenreuzen Col de la Croix-de-Fer (25 km/5%) en Col du Glandon (20 km/7,2%), gevolgd door de onbekende maar zware klim terug naar Vaujany (4,6 km/8,6%).

Het weer was de voorbije weken zonovergoten, maar sloeg in het wedstrijd-weekend om. Het heeft de afgelopen dagen bijna onophoudelijk geregend en met temperaturen niet hoger dan 14 graden in de vallei. Gevolg: sneeuw bovenin de bergen en steenslag op de bergpassen. Van de 400 inschrijvers haakte een groot deel af.

Parcours ingekort

Gisteren kwam het onvermijdelijke bericht: het parcours wordt ingekort naar 60 kilometer. We beklimmen alleen de Croix-de-Fer en dalen dan via dezelfde weg af naar de vallei om van daaruit terug naar Vaujany te klimmen. De afdaling van de Croix-de-Fer naar de voet van de Glandon is wegens steenslag te gevaarlijk, aldus GFNY-oprichter Uli Fluhme: “We willen de deelnemers voor de veiligheid aan één kant van de berg houden.” Een domper voor de deelnemers, maar vooral voor de organisatie die zich extra heeft ingespannen om het evenement corona-proof te maken. “Maar ja, dat zijn de bergen”, verzuchtte Uli.

GFNY World Series

GFNY Alpes Vaujany is het 22ste evenement op de kalender van de GFNY World Series. Als fanatieke fietsers richtten Uli en zijn vrouw Lidia Fluhme tien jaar geleden GFNY (Gran Fondo New York) op om de gran fondo naar hun woonplaats te halen. Sinds 2011 vind het evenement plaats op een afgesloten parcours van 160 kilometer vanuit de Big Apple naar Bear Mountain en terug. Het werd een succes: met jaarlijks zo’n 5000 deelnemers is het uitgegroeid tot de grootste gran fondo van Noord-Amerika.

Prof voor een dag

GFNY bouwt sinds 2014 aan een internationale kalender met de World Series. Slogan van de evenementen is: ‘be a pro for a day’: ben prof voor een dag. Alle GFNY cyclo’s hebben een groepsstart, gechipte timing van start tot finish, klassementen per leeftijdsgroepen en podiumprijzen per categorie. Het verkeer wordt gereguleerd en de organisatie geeft bidons aan zodat de snelste deelnemers niet hoeven te stoppen. Het deelnemersveld loopt uiteen van ‘semi-profs’ die leven voor de koers tot recreanten die gaan voor de kameraadschap en de uitdaging van het uitrijden van een zwaar parcours. Alle deelnemers krijgen een koerstrui van het evenement om hun gelijkwaardigheid en gezamenlijke liefde voor de koers te onderstrepen. Met een 52 euro (early bird) zit GFNY Vaujany ondanks het hoge serviceniveau op een gemiddeld inschrijftarief.

Als cyclo-fanaat vind ik niets mooier dan het rijden in wedstrijdverband over de mooiste parcoursen. Ik bewaar goede herinneringen aan GFNY. In 2017 nam ik deel aan de Gran Fondo New York. De start met 5000 deelnemers op de afgesloten Washington Bridge in de Big Apple was magisch. Ik had dat jaar voor het eerst gericht en specifiek naar een evenement toe getraind. Dat betaalde zich uit in een trotse 28ste plek overall. Een jaar later zat ik tot mijn eigen verbazing in de kopgroep van GFNY Deutschland. De 8ste plek tijdens dat evenement is nog een persoonlijk hoogtepunt.

‘Go!!!’

De poncho’s gaan uit, de spreekstalmeester telt af naar nul: we gaan los! De afdaling vanuit Vaujany is geneutraliseerd, we rijden de eerste vijf kilometer achter de wagen van de ‘directeur sportive’. Dat leidt tot gewring: veel renners willen voorin aan de beklimming van de Croix-de-Fer beginnen.

“Go!!!” Aan de voet van col heft wedstrijdorganisator Cedric Haas de neutralisatie vanuit het dakraam van de auto op. Wegens een zware blessure zit een topklassering er vandaag niet in. Het peloton schiet in gang en ik voel direct dat ik de snelsten niet kan volgen.

Het peloton rijdt als een langgerekt lint de berg op. Vanaf hier is het ieder voor zich. 25 lange kilometers wachten naar het ijzeren kruis op 2067 meter hoogte waaraan de pas zijn naam ontleent. Een renner in een wapperende GFNY poncho komt voorbij. De regen tikt op het asfalt en zorgt voor waterstromen op de weg. Bovenin de bergen ligt poedersneeuw. In mezelf gekeerd probeer ik in mijn ritme te komen en zo min mogelijk energie te verspillen.

Door de boter trappen

Mijn hartslag is erg hoog, maar ik besluit door te rijden omdat we ‘slechts’ 2,5 tot 3 uur hoeven te koersen. Als de klim afvlakt in het dorp Le River d’Allemont maak ik mezelf klein om tempo te maken in ‘tijdrithouding’. Tijdens een korte afdaling haal ik de man met de wapperende poncho weer in. Wie niet sterk is moet slim zijn.

Op 15 kilometer voor de top neem ik iets gas terug. Mijn hartslag zit al ruim een half uur rond het omslagpunt en ik wil voorkomen dat ik straks tekort kom op de slotklim. Ik rijd samen met een Duitse ‘collega-journalist’ Sebastian van Roadbike Magazine. Hij rijdt op een zwarte Specialized met groene decals en -stuurlint die perfect kleuren bij het groene GFNY shirt. Hij zou er de schoonheidsprijs voor best gesoigneerde renner mee kunnen winnen.

Een tweede afvlakkende fase volgt met uitzicht op het opaalblauwe Lac de Grand’Maison. In de verte zien we de weg eindeloos naar de top kronkelen die verscholen is in de wolken. Ik heb goede benen en trap lekker ‘door de boter’.

Wielerhistorie 

Op vijf kilometer voor de top belanden we in een woest landschap met rotsen en weides. Ik begin de ijle lucht te voelen. ‘BARDET’ ‘BARDET’ staat met blokletters op het wegdek geschilderd als aanmoediging voor de Franse publiekslieveling.

Op deze col is wielerhistorie geschreven. Sinds 1947 werd de Croix-de-Fer achttien keer opgenomen in de Tour de France. Tijdens de laatste passage in 2018 vervulde Steven Kruijswijk een glansrol. De Brabander begon op 19 kilometer van de top aan een lange solo. Hij bereikte de col met 3 minuten voorsprong. Het zou helaas te weinig blijken voor de etappewinst: op de slotklim naar Alpe d’Huez werd Kruijswijk ingerekend. 

Eindzege

De leider in de wedstrijd komt naar beneden geraasd met in zijn kielzog de toeterende auto van de wedstrijdleiding. “De eindzege kunnen we wel vergeten”, grap ik tegenover Sebastian. Na de kruising met de Col du Glandon volgt de laatste 2,5 kilometer naar het ijzeren kruis op de col.

Eenmaal boven is het: handschoenen aan, gelletje erin en afdalen maar. In het wiel van Sebastian die een goede daler blijkt, duik ik in de zeikende regen naar beneden. We proberen zo hard mogelijk te dalen om tijdwinst te pakken, zonder onverantwoorde risico’s te nemen.

We kunnen de afzink veilig maken. De organisatie heeft geweldig werk geleverd door ’s morgens vroeg alle steenslag uit de afdaling te verwijderen. Wel krijg ik het benauwd als de regen even overgaat in hagel die prikt in het gezicht. Gladheid, dat moeten we niet hebben met snelheden tot 70 kilometer per uur! Gelukkig is de hagel snel verdwenen.

Klim naar Vaujany

Eenmaal aan de voet van de laatste klim (4,6 km, 8,6%), weet ik wat me te doen staat: alles eruit wringen wat erin zit. Sebastian laat al gauw lopen. De klim is steil met uitschieters tot 12 procent. Ik verbijt de pijn terwijl mijn hartslag ver boven het omslagpunt komt. Op een bord langs de weg staat: “It’s only a hill. Get over it!”

Ondertussen blijft de weg voor me leeg. Ik had gehoopt andere deelnemers in te halen, maar afgezien van een geparkeerde enkeling is er niemand te bekennen. Dan komt het kerkje van Vaujany in beeld, met in de verte de bulderende waterval. Ik spoor een paar verloren toeschouwers aan om me aan te moedigen. “Trente-septième place, Bram de Vriende!”, roept de spreekstalmeester om als ik onder de boog rol. 37ste overall, niet slecht! Maar bovenal ben ik blij dat ik – ondanks de barre weersomstandigheden en het ingekorte parcours – weer het prof-voor-een-dag gevoel heb kunnen ervaren.

Zonnige toekomst

Conclusie? Het weer heb je, zeker in de bergen, als organisatie niet in handen. Eens in de zoveel jaren, kan je evenement in het water vallen. Dat was helaas dit jaar het geval bij GFNY Alpes Vaujany. De keuze om het parcours voor de veiligheid in te korten was pijnlijk voor zowel organisatie als deelnemers, maar terecht. Dat de organisatie eigenhandig alle steenslag in de afdalingen heeft verwijderd, toont nog maar eens dat ze hart hebben voor de koers en de deelnemers. Het serviceniveau was zoals ik van GFNY gewend ben, hoog. Er zijn maar weinig evenementen waarbij je over afgesloten wegen rijdt en bidons aangereikt krijgt van de organisatie. Met een parcours van 120 kilometer over de Croix-de-Fer en Glandon, heeft GFNY een legendarische omgeving als uitvalsbasis gevonden. Kortom: dit evenement verdient een zonnige toekomst.

GFNY Alpes Vaujany: de beklimmingen

Col de la Croix-de-Fer

  • 25 km
  • +1261m
  • 5% gemiddeld
  • 19% max

 

Col du Glandon

  • 20 km
  • +1430 m
  • 7,2% gemiddeld
  • 17% max

Vaujany

  • 4,6 km
  • +405m
  • 8,6% gemiddeld
  • 15% max

GFNY Alpes Vaujany Route + Profiel

De Brabantse Pijl cycling route: fietsen, eten en drinken in het spoor van Mathieu

De Brabantse Pijl cycling route: fietsen, eten en drinken in het spoor van Mathieu

De Brabantse Pijl cycling route: fietsen, eten en drinken in het spoor van Mathieu

De Druivenstreek in Vlaams-Brabant biedt een vermakelijke afwisseling van smalle baantjes, verborgen holle wegen en verrassende kasseistroken. De Brabantse Pijl cycling route leidt je er in het spoor van de wielerklassieker die vorig jaar werd gewonnen door Mathieu van der Poel. De nieuwe route is een goed uitgangspunt voor een fietsdag of -weekend, met Bourgondische omlijsting.

Bram de Vrind
De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Natuurlijk zijn er de Vlaamse Ardennen, de bekende streek met zijn hellingen en wielerhistorie. Maar Vlaanderen is meer dan de regio van de Ronde van Vlaanderen. Zoveel is mij de voorbije jaren wel gebleken. Zo ontdekte ik de weidse landschappen van het Heuvelland in West-Vlaanderen en de glooiende landerijen met fruitgaarden in Limburg. Wielerregio’s waar je net als op het Ronde-parcours heerlijk kunt draaien en keren over hellingen en kasseistroken die zijn omgeven met koershistorie. Denderend met je fietsmaten over een kasseistrook voel je je soms even wielerprof. Na afloop evalueer je je fietsbelevenissen onder het genot van een stevige pasta of smaakvol Vlaams bier.

Druivenstreek

De Druivenstreek mag op het lijstje Vlaamse wielerregio’s niet ontbreken. De regio ligt ten zuidoosten van Brussel in Vlaams-Brabant. Het wordt gekenmerkt door zijn glooiende landschappen met heuvels rond 100 meter hoogte, bossen en – je raadt het al – druiventeelt. Gelegen op zo’n twee uur rijden van Utrecht is de streek vanuit de Randstad ook te bezoeken als dagtrip.

De Brabantse Pijl cycling route

In de wielerwereld is de regio gekend van De Brabantse Pijl, die jaarlijks in april de laatste Vlaamse voorjaarsklassieker op de kalender vormt. De koers start vanuit Leuven, waarna de renners over een lengte van 200 kilometer ruim dertig hellingen krijgen voorgeschoteld. Na twee lokale rondes in het westelijke Beersel trekt het peloton richting Overijse voor de finale.

Daar wordt de koers vaak betwist in de drie lokale rondes over de Hagaard, Hertstraat, Holstheide, IJskelderlaan en ‘t Schavei. Op de laatste klim haalde Mathieu van der Poel vorig jaar een huzarenstukje uit. Hij won de eindsprint met fietslengtes verschil van zijn naaste belagers Julian Alaphilippe en Tim Wellens.

Voor degenen die graag een dag in het spoor van ‘MvdP’ willen fietsen is er goed nieuws. Er was al De Brabantse Pijl toertocht, met keuze uit drie afstanden over het parcours door de Druivenstreek. Maar vanaf deze zomer is er ook een permanente bordjesroute: De Brabantse Pijl cycling route. De route door Vlaams Brabant en een stukje Wallonië is ongeveer 100 kilometer en voert over de bekende hellingen uit de klassieker die op 15 april verreden had moeten worden.

(Tekst gaat verder onder foto)

Never a dull moment

Vooruitlopend op de opening van de route, verkennen we de streek op uitnodiging van Toerisme Vlaanderen. We ontdekken een wirwar aan landwegen, betonbaantjes, beklimmingen over holle wegen en kasseistroken dwars door glooiende akkers. Het is draaien en keren, klimmen en afdalen, zoals wel vaker in Vlaanderen never a dull moment. De streek telt vooral kortere hellingen tot 1 kilometer. Ze beginnen vaak steil, waarna ze afvlakken en valsplat naar de heuveltop lopen. 

We rijden een andere route dan De Brabantse Pijl cycling route die tijdens ons bezoek nog niet gereed is. De opeenvolging van hellingen maakt deze route pittig. Je start vanuit Huldenberg en overwint op 85 kilometer 1000 hoogtemeters. Je klimt door Overijse over de bekende S-bocht langs de ‘frituur’ en kerk, waar het peloton in de finale van De Brabantse Pijl in volle vaart naar beneden duikt om te positioneren voor de finaleklim van ’t Schavei.

Prachtige kasseienklim

Al gauw volgt de beklimming van de Hertstraat. Deze helling loopt over een lengte van 700 meter en maximaal 8 procent vanuit Overijse omhoog. Niet het bescheiden stijgingspercentage, maar kasseien vormen hier de grootste uitdaging. Waarbij het vooral de vraag is: wie durft door het smalle gootje te rijden zoals de profs doen? Mijn advies: bij twijfel niet oversteken.

Bij de kruising met de Nijvelsebaan neem je niet de brede afdaling zoals de profs, maar blijf je de Hertstraat volgen. Na een afdaling volgt dan een prachtige kasseienklim tussen de akkers waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. “Niet gekend, maar wel schoon”, zegt gids Dries Verclyte van Cycling in Flanders.

Veel lintbebebouwing

Een lus door Wallonië volgt, met langere beklimmingen en minder kasseien. Net als aan de Vlaamse kant vind je hier veel lintbebouwing, waardoor het landschap een meer gesloten karakter heeft. Daar moet je van houden. Maar ondanks dat het gebied relatief dichter bevolkt is, kun je er toch vrij ongestoord doorfietsen.

Terug in Vlaanderen mag vanuit het dorp Terlanen de zware kasseienklim van de Moskesstraat (maximaal 17 procent) niet ontbreken. De vlakke aanloop biedt je kans om tempo te maken. Dan begint de lijdensweg op de kasseien. In de bocht liggen plakken asfalt die verlichting bieden, maar op het einde is er geen ontkomen meer aan. Dan is het stoempen over de kasseien totdat je het kapelletje op de top bereikt.

Nog een klim waarop je de benen kunt testen is de Smeysberg: een brede muur die over een lengte van 600 meter door een dorp omhoog loopt. Bij de voet waarschuwt een bord voor een stijgingspercentage van 17 procent. Tijd om naar het binnenblad te schakelen! Halverwege piekt het stijgingspercentage, waarna het zwaarste achter de rug is. Wie goede benen heeft, trekt nog even door naar de top. Heb je slechte benen, dan zal dit afvlakkende stuk als een bevrijding voelen. Bovenop sla je linksaf naar een afdaling met zeer slecht wegdek. Daar is het oppassen geblazen.

Bergop langs de raapzaadvelden

Tijdens de noordelijke ‘finalelus’ richting Leuven wordt het landschap opener. Als uitbrander krijg je de opeenvolging Keersmakerstraat – Oliestraat voor de wielen, een prachtige kasseiweg tussen de glooiende akkers. De 1,3 kilometer lange strook zou niet misstaan in de Ronde van Vlaanderen. Hij begint licht bergop langs de raapzaadvelden om na een kruising bergaf als holle weg te verzinken in het landschap. Bij regenachtig weer liggen de kasseien vet en glad en worden in de afdaling je stuurmanskunsten op de proef gesteld. Dan is het een kwestie van vertrouwen op je materiaal en gaan!

Bourgondische omlijsting

De streek biedt volop mogelijkheden voor een Bourgondische omlijsting van je fietstocht. Na het fietsen kun je neerploffen voor een ‘pintje’ bij ’t Klein Verzet in Terlanen. Deze ‘afspanning’ ademt de sfeer van een oude herberg. Voor streekbier en een goede lunch of diner kun je ook terecht bij de historische Brouwerij De Kroon in Neerijse. Brasserie Baron’s House in Neerijse biedt plek om ’s avonds na te kaarten over je fietstocht onder het genot van Bourgondische specialiteiten.

Wil je kilometers maken over glad wegdek, dan is de streek minder geschikt. Lintbebouwing geeft de regio een minder open karakter, hoewel je er wel lekker kunt doortrappen. Maar koershistorie heeft de regio van de Brabantse Pijl genoeg, net als verrassende klimmetjes en verborgen kasseistroken. Een goed alternatief als je eens wat anders wilt dan de Oude Kwaremont en de Paterberg.

Onze Brabantse Pijl route:

85 kilometer, 1000 hoogetemeters. Startplek: Huldenberg.

Slapen:

B&B Park 7 

Gesitueerd in een kasteelpark in Engelse landschapsstijl. Warme ontvangst door gastheer graaf Thierry de Limburg Stirum.

Kasteelpark 7, Huldenberg

www.park7.be

Eten:

Brasserie Baron’s House

Gelegen in het koetshuis van het kasteelpark van Neerijse. ​Dit koetshuis is niet enkel bekend om zijn eigen rijke geschiedenis, het dateert van rond 1700, maar ook omwille van zijn unieke ligging, te midden van natuurreservaat De Doode Bemde.

Dorpsstraat, 5 Neerijse

www.baronsbrasserie.be

Drinken:

Café ’t Klein Verzet

‘t Klein Verzet is het type van café dat aansluiting zoekt bij wat een afspanning in het Dijleland te bieden had; een plaats waar na een vermoeiende tocht mens en dier werden ‘afgespannen’ en een gastvrij onderkomen vonden. ’t Klein Verzet past dit begrip aan de hedendaagse behoeften aan.

Bollestraat 1, Terlanen

www.tkleinverzet.vlaanderen

Brouwerij De Kroon

In 2003 erkend als monument. Het is een van de laatste ambachtelijke brouwerijen in Vlaanderen met een volledige uitrusting.

Beekstraat 20, Neerijse

www.brouwerijdekroon.be

Toerisme Vlaams-Brabant: www.toerismevlaamsbrabant.be

Toerisme Waals-Brabant: www.beleefwaalsbrabant.be

Toerisme Wallonië België Toerisme www.walloniebelgietoerisme.be

Toerisme Vlaanderen: www.toerismevlaanderen.nl

Review: hoe de Trek Checkpoint SL7 gravelbike mijn fietshorizon verbreedde

Review: hoe de Trek Checkpoint SL7 gravelbike mijn fietshorizon verbreedde

Review: hoe de Trek Checkpoint SL7 gravelbike mijn fietshorizon verbreedde

Van ontdekkingsritten in mijn ‘achtertuin’ tot gave graveltoertochten en knallen op het strand. Hoe de Trek Checkpoint SL7 gravelbike mijn fietshorizon verbreedde.

Bram de Vrind
De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Het dikke wolkenpak gaat aan de horizon over in een regenbui. Lichtjes bergaf maken we tempo in het glooiende landschap van ‘t Gooi. De wind blaast in de rug en we kijken uit over de open heide. De Trek Checkpoint SL7 gaat als een raket over het knisperende gravel. Wat een beleving!

Wintergrill Gravelride

Ik doe mee aan de Wintergrill Gravelride, een graveltocht die Bicycling in samenwerking met Canyon jaarlijks in december vanuit Bussum organiseert. Het is de apotheose van een testperiode van dik twee maanden met de Trek Checkpoint SL7 gravelbike.

Trek Checkpoint

Het gravellen lijkt inmiddels de hype voorbij en mainstream geworden. Het begon ooit met races als de Dirty Kanza in Amerika, Eroica en de Strade Bianche over de witte wegen in Toscane. De introductie van schijfremmen in de fietsenbranche maakte het mogelijk om bredere banden te steken. Crossovers tussen racefietsen en cyclocrossers werden geïntroduceerd: de gravelfiets kwam op. Maar in hoeverre voegt het ‘gravellen’ iets toe aan ouderwets mountainbiken, wielrennen of cyclocrossen? Hoe veelzijdig is zo’n gravelfiets? Ik besluit de proef op de som te nemen en vraag een review aan van de Trek Checkpoint, één van de eerste en leidende gravelbikes in de markt.

Ik haal de fiets op bij het hoofdkwartier van Harderwijk, gelegen in een bosrijke omgeving die schreeuwt om een gravelrit. De Checkpoint werd geïntroduceerd in 2017 als crossover tussen cyclocross en race, vertelt media specialist Martin Sneeuw. “Met een racefiets ga je niet zo makkelijk off road. De geometrie van een crosser is dan weer te ‘nerveus’ voor het rijden van lange afstanden. De Checkpoint heeft een langere wielbasis waardoor hij comfortabeler is voor lange ritten op bos- en gravelpaden.”

Mooie paintjob

Sneeuw heeft in de showroom een blinkende SL7 klaargezet, het paradepaardje uit de serie. Eerste indruk: stoere bike! De Bordeauxrode lak (‘Rage Red’ zoals Trek het noemt) en metallic zilveren details lachen me tegemoet. Laat een mooie paintjob maar aan de Amerikanen over.

Trek Checkpoint SL7 specs

De SL7 heeft een 500 Series OCLV Carbon frame met oversized buizen en kenmerkende vormgeving, waarbij de balhoofdbuis gewelfd overgaat in de platte bovenbuis. Het frame is uitgerust met IsoSpeed, het systeem van Trek dat oneffenheden in de ondergrond wegfiltert. De polymeer Carbon Armor protector beschermt de onderbuis tegen opspattend gruis. En bidonhouders? Daarvan kun je er vier (!) aan het frame bevestigen. Handig als je tijdens je bikepacking trip materiaalbidons wilt meenemen.

SRAM Force eTap AXS

Schakelen gaat draadloos en elektrisch, met SRAM Force eTap AXS 1×12, het ‘goedkopere’ broertje van SRAM Red. Deze uitvoering maakt gebruik van één voorblad in combinatie met een imponerende 12-speed cassette die een bereik heeft van 10 tot 50 tandjes. Ter vergelijking: waarschijnlijk heeft de cassette op je racefiets een bereik van 11-28 of 11-30. Het megabereik van de cassette maakt een tweede voorblad en dus voorderailleur overbodig. Schakelen gaat met twee knopjes in de remgrepen. Rechts is zwaarder schakelen, links lichter. Easy does it. De fiets heeft flatmount schijfremmen met vernieuwde SRAM Centerline XR 160 mm remschijven.

De Trek Checkpoint SL7 heeft matzwarte Bontrager Aeolus Pro 3V wielen met 12 mm steekassen. De wielen zijn speciaal ontwikkeld voor gravelfietsen en hebben een binnenbreedte van 25 millimeter, wat ze zeer geschikt maakt voor het monteren van brede banden. De 40 mm brede Bontrager GR1 Team Issue Tubeless Ready gravelbanden moeten zorgen voor extra grip en stabiliteit tijdens het ‘gravellen’. Om de fiets nog wat ‘luier’ te maken kan het achterwiel naar achteren worden geplaatst dankzij ‘Stranglehold Dropouts’, uitsparingen in de achterbrug. Je moet het schrijfremsysteem dan ook naar achteren verplaatsen. Dit maakt de fiets stabieler voor bijvoorbeeld bikepacking trips of strandraces. De fiets boet dan wel in aan wendbaarheid.

Niet superlicht

Met 8,8 kilo zonder pedalen (op mijn eigen weegschaal) is mijn exemplaar (maat 54) niet superlicht. Prijskaartje voor deze uitvoering: 5499 euro. Ben je op zoek naar een fiets in lagere prijsklasse: de carbonuitvoering SL is er vanaf 2999 euro en de aluminium versie AL vanaf 1149.

Tijd om de weg of beter: de paden op te gaan! Het is het najaar en dus ‘off season’ voor mij als wielrenner. De perfecte tijd om nieuwe wegen en andere disciplines te verkennen. Ik besluit elke week een tocht met de gravelfiets te maken. Ik ben vooral benieuwd naar de veelzijdigheid van de fiets. Rijdt hij ook lekker op de weg, hoe gedraagt hij zich op bospaden, kun je er ook zo nu en dan een trail mee pakken? En: is hij ook geschikt als strandfiets? Op naar de verkenning van nieuwe horizonten.

Het maken van ‘gravelrondjes’ in mijn omgeving (Den Bosch) is in eerste instantie niet makkelijk. De definitie van gravellen is nogal diffuus. In hoeverre leg je nadruk op asfalt-bospaden-trails? Ik besluit van alles wat te gaan rijden en zoveel mogelijk ‘echte’ gravelstroken van gruis.

Als een speer

Eerste bevinding als ik op een zonnige novemberdag de dichtstbijzijnde gravelstrook opdraai: op gravel gaat de Trek Checkpoint SL7 zoals je mag verwachten als een speer. De stabiele geometrie, ISO speed decoupler en brede gravelbanden maken dat ik net zo makkelijk over het knisperende gravel rijd als op asfalt. Hetzelfde geldt voor bospaden.

Als ik op pad ga met fietsmaatje Maarten die op een crosser rijdt, wordt het verschil met zo’n fiets goed duidelijk. Op het asfalt ben ik duidelijk in het voordeel en zit ik 10 hartslagen lager dan Maarten, terwijl dat normaal gesproken andersom is. Ook op de bos- en gravelpaden rijd ik makkelijker: ik ga als een speer door over een gravelstrook in het bos dat volop in herfstkleuren staat.

Maar op de trails leg ik het af. Door de langere wielbasis is de gravelbike minder wendbaar, terwijl de luie balhoofdhoek (71,8 graden) ervoor zorgt dat ik de fiets niet in de bochten kan smijten. Kronkelend over paadjes langs de rivier de Dommel, zie ik Maarten al snel uit beeld verdwijnen.

Strandrit

Na een werkafspraak in Den Helder, grijp ik mijn kans om een strandrit te maken. Ik rijd over een fietspad door de duinen met wind tegen, om met meewind over het strand te fietsen. Bij Callantsoog rijd ik aarzelend het mulle strand op, maar de Trek Checkpoint SL7 houdt verbazingwekkend veel grip. Dan zoek ik de waterlijn op en geef plankgas. De wind blaast in de rug, zakkende zon kleurt de hemel oranje en boten dobberen aan de horizon. Er verschijnt een big smile mijn gezicht; wat een sensatie!

Niet dat het zoeken naar de beste ondergrond altijd goed gaat: tot twee keer toe beland ik tot mijn knieën in een geul. Een keer ga ik onderuit ik nadat mijn wiel in diep zand wegzakt. Maar het mag de pret niet drukken. De Checkpoint is met vlag en wimpel voor de ‘strandfiets-test’ geslaagd.

De weken daarop zal de fiets mijn horizon verder verbreden. Ik verlekker me aan de kalender met strandraces en struin Facebook af naar graveltoertochten. Waar het najaar doorgaans een saaie periode is zonder wedstrijden of toertochten, heb ik nu keuzestress: welk evenement gaat het worden? Daarnaast voeg ik fanatiek nieuwe gravelstroken toe die ik heb ontdekt op de kaart gravelmap.com.

32 millimeter racebanden

Als winterfiets op de weg vind de Checkpoint in deze setup minder geschikt. Tijdens de wekelijkse wintertraining met fietsclubje WCDB, bieden de brede noppenbanden bieden behoorlijk wat weerstand in vergelijking met de racefiets – ondanks dat ik ze op 3 bar heb gezet. Tijdens een kopbeurt op de dijk zit ik boven mijn omslagpunt. Terug in het wiel zie ik mijn hartslag nog steeds in D3 zitten. Even ben ik bang dat ik moet lossen. Als je zoals ik een lichte renner bent met een lagere basissnelheid, raad ik je aan om 32 millimeter racebanden op de Trek Checkpoint SL7 te zetten voor wegtrainingen.

En de SRAM Force eTap groep? Die schakelt waanzinnig en remt formidabel. Zelfs op ruige ondergronden zoals strand of blubber. Het is alleen de vraag of je het de relatief hoge aanschafkosten (de groep kost los 1499 euro) waard vindt. Je gaat er niet sneller van fietsen, maar comfortabel is het wel. En het Aoog wil ook wat!

Als een raket

Als apotheose van mijn gravelavontuur rijd ik half december dus de Wintergrill Gravelride. Met een groepje crossers, mountainbikers en een enkele ‘gravelaar’ gaan we vanuit Bussum van start. Het parcours is 95 procent onverhard en we doorkruisen bossen en heides over paden, trails en grindstroken waarop de Trek Checkpoint SL7 als een raket vooruit schiet. Wat een genot. Ondanks een paar regenbuien blijft de fiets schakelen als een zonnetje. Als moddermannetjes klikken we na een dag genieten in de natuur bij het startpunt uit de pedalen. Tijd voor een hamburger en een biertje. Beter wordt het niet op een gravelfiets.

Conclusie

Hoe veelzijdig is de Trek Checkpoint SL7 gravelfiets? Het antwoord is: zeer veelzijdig. Je kunt ermee terecht op vrijwel alle ondergronden, waarbij hij op een combinatie van asfalt, bos- en natuurlijk gravelpaden het beste uit de verf komt. Een trail kun je hier en daar ook meepakken, maar daarvoor is de geometrie niet optimaal. Wil je er lange trainingen mee op de weg maken, koop dan een tweede bandensetje. Als je de kans hebt, ga met deze fiets dan ook vooral het strand op, een sensatie die je niet wilt missen!

Technisch gezien is de SL7 natuurlijk het paradepaardje van de Checkpoint familie. Het is aan jou om te bepalen of je de supersonische SRAM Force de investering waard vindt of toch gaat voor mechanisch schakelen. Met 8,8 kilo vind ik de fiets relatief zwaar voor zijn prijsklasse. Maar dat zeg ik als cyclo- en wedstrijdrijder ofwel ‘weight weenie’. Of de gravelaar die rijdt met fietstassen en zijn ritten afsluit met bier en hamburgers ook over dat extra kilootje in zit? Ik durf het te betwijfelen.

Over deze blog

Zoals bij alle reviews op defietsjournalist.nl geeft de tekst mijn persoonlijke mening over het product weer en zijn er vooraf geen afspraken met de fabrikant gemaakt over de inhoud. Trek heeft het artikel gecontroleerd op feitelijke onjuistheden.

Review fietskoffer Thule RoundTrip Pro XT: het beste van twee werelden

Review fietskoffer Thule RoundTrip Pro XT: het beste van twee werelden

Review fietskoffer Thule RoundTrip Pro XT: het beste van twee werelden

Ga je op fietsvakantie met het vliegtuig en wil je je eigen fiets meenemen? De Thule RoundTrip Pro XT fietskoffer biedt uitkomst. Je krijgt er een handige montagestandaard en setje wieltassen als extraatje bij. De koffer is compact en opvouwbaar, maar dat heeft een prijs.

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Natuurlijk kun je een fiets huren als je met het vliegtuig op fietsvakantie gaat. Maar soms neem je liever je eigen karretje mee. Bijvoorbeeld als je een cyclosportieve rijdt waarin je maximaal wilt presteren. Of om geld te besparen wanneer je vliegt met een maatschappij die je fiets voor een habbekrats of gratis meeneemt (zoals Corendon).

Transportkarretje

In het verleden stonden vliegreizen met de fiets voor mij echter gelijk aan gedoe. De eerste jaren nam ik mijn fiets mee in een fietsdoos, waarbij het steeds de vraag was in welke staat mijn racer van de bagageband zou rollen. De bagagebehandelaars gaan niet altijd zachtzinnig met een fiets om. Ook het transport van de doos in combinatie met een rolkoffer zorgde voor een uitdaging – aangezien je een fietsdoos met twee handen moet vasthouden. Ik zette dan de fietsdoos op de rolkoffer die diende als transportkarretje. De koffer kukelde uiteraard bij elke drempel of oneffenheid om.

Later beschikte ik over een joekel van een fietskoffer. Ik hoefde niet langer met angst en beven bij de bagageband te wachten: de hardcase koffer bood voldoende bescherming. Maar het bakbeest zorgde nog altijd behoorlijk veel gesleep. Op het vliegveld trok ik veel bekijks. “Mommy, that’s the biggest suitcase I have ever seen!”, hoorde ik een jochie zeggen. De koffer was bovendien zo groot dat hij niet in de auto paste; ik kon niet naar een treinstation of vliegveld worden gebracht met de koffer. Hij nam ook veel ruimte bij opslag in ons bescheiden appartement.

Thule RoundTrip Pro XT

Thule beweert met de RoundTrip Pro XT een fietskoffer te hebben ontwikkeld die compact, maar toch stevig is. Het beste van twee werelden verenigd dus. Dat wil ik zien. Tijd om er één te onderwerpen aan een review.

De fietskoffer is met 8,6 kilo relatief licht en heeft opvouwbare beschermende zijpanelen. Je kunt die verwijderen waardoor de koffer ongeveer drievierde van zijn volume verliest en dus compact wordt voor opslag. Je steekt de panelen in de zijwanden van de koffer voor extra stevigheid. De fiets wordt verder beschermd tijdens het transport dankzij de nylon buitenkant. Na het inschuiven van de wanden is eigenlijk alleen nog de bovenzijde van de koffer ‘zacht’. De koffer heeft ingebouwde wielen en handgrepen voor gemakkelijk vervoer en manoeuvreerbaarheid.

Montagestandaard

Thule levert er twee extraatjes bij: nylon wieltassen voor het transport van je wielen (ook los van de fietskoffer te gebruiken) en een geïntegreerd frame annex montagestandaard waarop je je fiets na het transport in elkaar kunt zetten. Ingenieus bedacht van de Zweden.

Onder tijdsdruk zet ik de koffer in de morgen voor mijn vlucht op persreis naar Zwitserland in elkaar. Een goede stresstest voor de mate van gebruiksvriendelijkheid van de koffer. Als ik de koffer openrits, zie ik zakken vol onderdelen. Oei dat wordt een flinke puzzel. De handleiding biedt uitkomst. Je vouwt de wanden open en schuift er de drie meegeleverde poten in voor extra stevigheid. Deze poten gebruik je na aankomst voor het opzetten van de fietsstandaard. Dan schuif je de schotten in de wanden.

De montage

Je haalt het montageframe met een click uit de koffer. Daar monteer je vervolgens de fiets op. Het stuur moet worden losgeschroefd en het zadel en de trappers gaan eraf. Anders past de fiets niet in de koffer. De voorvork zet je vast met de snelspanners in een koker en twee doppen die je op het systeem monteert. Er zijn steekasadapters voor assen van 15 mm en 20 mm.

Het kofferframe is eenvoudig en praktisch op maat af te stellen. Met een riem klem je de onderbuis van je fietsframe aan de standaard. Het bottom bracket rust op een soort foamkussen. Dan click je het frame in de koffer. De wielen gaan in de wieltassen en steek je vervolgens aan weerszijden van de fiets in de koffer. Dan rits je de koffer dicht en bent klaar om te gaan. De eerste keer kost het inpakken me een half uur, de tweede keer nog maar een kwartier. Ik ben in ieder geval op tijd voor mijn vlucht.

Lopen relatief zwaar

De koffer heeft verschillende handvatten en is handzaam. Hij past makkelijk in de auto. Omdat de koffer slechts aan één zijde wieltjes heeft, moet je de fiets tijdens het lopen optillen. Dat maakt het lopen met de koffer relatief zwaar. Bij mij leidde het in ieder geval tot spierpijn in de schouders.

Eenmaal aangekomen in Zwitserland kan het lange wachten bij de bagageband beginnen. Heeft mijn fiets het overleefd? Maar de koffer rolt ongeschonden van de band. En als ik de koffer op mijn bestemming in de Zwitserse Alpen openrits, blijkt ook mijn fiets het transport zonder kleerscheuren te hebben doorstaan. De bergpassen lonken. Tijd om hem op te bouwen!

Monteren op ooghoogte

Ik schuif de drie poten uit de wanden en klik het montageframe uit de koffer. Ik monteer een voet op de drie poten en klik daar het frame op. Klaar is de montagestandaard. De ingenieuze standaard zorgt ervoor dat ik de fiets kan monteren op ooghoogte. Ik schuif het zadel op mijn frame, schroef het stuur vast en monteer de trappers. Dan click ik het fietsframe uit de montagestandaard en steek de wielen. Banden oppompen en ik ben klaar om te gaan! Dankzij de handige fietsstandaard heeft de montage ben ik binnen een kwartiertje ready to go. De standaard is niet alleen praktisch, maar verklaart ook het nut van de onderdelen die ik bij het inpakken niet heb gebruikt.

Het verdict:

De Thule RoundTrip Pro XT koffer is compact en relatief eenvoudig mee te nemen. Hij wordt compact voor opslag door het uitschuiven van de wanden. Handig als je in een appartement woont zoals ik. Uitgeschoven bieden de wanden dan weer extra stevigheid als je ermee gaan reizen.

De handzaamheid van de koffer heeft echter een prijs. Het fietsstuur moet worden gedemonteerd, net als je zadel en trappers. Mijn fiets (maat S) met vaste zadelpen paste erin, maar ik betwijfel of dat voor grotere maten ook geldt. De wanden bieden extra stevigheid, maar bieden natuurlijk minder bescherming dan een hardcase fietskoffer.

Over de opbouwstandaard ben ik lovend, zo niet lyrisch. Had ik al gemeld dat ik hem ingenieus en praktisch vind? Ja! De standaard is niet alleen handig om je fiets na afloop van de reis mee op te bouwen, maar zelfs ook als werkstandaard in huis. Zo heb je twee in een. Ook ben ik gecharmeerd van de wieltassen die Thule meelevert. Die komen ook los van het gebruik van de koffer van pas. Zo krijg je bij aankoop van de RoundTrip Pro XT niet alleen een koffer, maar ook een standaard en twee wieltassen cadeau. Gul volk die Zweden.

Technische specificaties:

  • Maten: 126 x 29.9 x 89 cm
  • Binnenmaten: 124 x 28 x 85 cm
  • Gewicht: 8,6 kg
  • Kleur Black/Cobalt
  • Adviesprijs: €599,95

Over deze blog

Van Thule heb ik de RoundTrip Pro XT ontvangen voor een review. Zoals bij alle reviews op defietsjournalist.nl geeft de tekst mijn persoonlijke mening over het product weer en zijn er vooraf geen afspraken met de fabrikant gemaakt over de inhoud.

De dood of de gladiolen: zwaarbevochten 9de plek bij het NK Journalisten 2019

De dood of de gladiolen: zwaarbevochten 9de plek bij het NK Journalisten 2019

De dood of de gladiolen: zwaarbevochten 9de plek bij het NK Journalisten 2019

In de geweldige entourage van het Daags na de Tour evenement in Boxmeer reed ik maandag het NK Journalisten 2019. Met een top 10 plek als resultaat. Daar zag het er halfkoers niet naar uit.

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Koersen tussen de feesttenten, buitenbars, harde muziek, frietkramen over een ronde dwars door het centrum van het dorp. Het Daags na de Tour criterium in Boxmeer is een volksfeest waarvoor het hele dorp en omgeving uitloopt. Ik kan me geen betere entourage voor het NK Journalisten bedenken.

De Renner

Ik bewaar goede herinneringen aan het Nederlands Kampioenschap dat jaarlijks onder journalisten wordt gehouden. Het NK, toen gehouden als onderdeel van de Ronde van Katendrecht in Rotterdam, was in 2012 mijn eerste koers. Ik sloot aan in de B-categorie en had geen idee hoe je een wedstrijd moet rijden. Tv-maker Wilfried de Jong ging de eerste ronde onderuit. Ik kon in de voorste groep aanpikken, maar wist niet hoe je snel bochten neemt. De latere winnaar gaf me nog tijdens de koers tips. De groep dunde uit. De speaker riep in één van de laatste rondes: “Bram de Vrind zit in kansrijke positie!”, waarop ik dacht: wie, ik? Ik werd uiteindelijk zevende, achter onder andere schrijver Tim Krabbe (‘De Renner’) die tweede werd. Het was een prachtige ervaring.

NK Journalisten Groningen

Ook de jaren erop aasde ik op deelname, maar het kwam er steeds niet van. Het NK werd een paar keer gecanceld en toen organisator Sjors Beukeboom (NOS) vorig jaar de handschoen oppakte met een evenement in april te Groningen, moest ik afzeggen wegens een blessure. Het evenement in Boxmeer paste dit jaar echter perfect in de agenda.

Samen met ‘ploegmaat’ Merlijn Spenkelink die ook in Wielrenblad tenue rijdt, neem ik de tactiek door. We concluderen dat we in de eerste ronden vooraan moeten zitten, omdat het peloton snel in stukken zal breken. Dat komt door de grote niveauverschillen; sommige deelnemers zijn ervaren criteriumrijders, zoals Merlijn, en andere deelnemers rijden hun eerste koers. Het parcours is vlak en bochtig, wat inhoudt dat renners die hard kunnen aanzetten na de bochten in het voordeel zijn. En ik in het nadeel ben als lichte klimmer met frikandellensprint. Toch ga ik voor plek in de kopgroep.

‘Bram de Vrind leidt de achtervolging!’

Merlijn en ik stellen ons op op de voorste rang in het startvak. We hebben daarmee onze eerste move alvast gemaakt. Het peloton schiet in gang. Ik handhaaf met de eerste ronden rond de tiende plek, goed genoeg van voren.

Niet dus. Na het passeren van de finishlijn valt een renner voor me volledig stil. Het peloton breekt en de eerste zeven renners, waaronder Merlijn, rijden van ons weg. Het gaat me toch niet gebeuren dat ik de hele koers in de tweede groep rijd, denk ik. Ik zet de achtervolging in en probeer met harde kopbeurten het gat te verkleinen. “Bram de Vrind leidt de achtervolging!”, roept de speaker om. Maar de samenwerking in de groep hapert; een stuk of drie renners doen kopwerk en de rest weigert over te nemen. Dan maar alleen de oversteek maken.

Door de pijngrens

Een ronde lang geef ik alles wat ik heb. Ik ga door de pijngrens en diep in het rood, terwijl ik me klein maak in tijdritpositie met de handen over het stuur. Als de groep voor me inhoudt voor een bocht, trap ik nog even door. Het is de dood of de gladiolen! Langzaam maar zeker kruip ik naar de groep en pak het laatste wiel. “Heb je ons bijgehaald of ben je gedubbeld?”, vraagt Merlijn. “Bijgehaald!”, hijg ik. Ik ben finaal naar de klote maar zit er in ieder geval bij.

Het is dan halfkoers. Ik schakel over op de overlevingsstand en probeer een beetje te ‘recupereren’. Twee renners rijden voor onze groep uit: amateur-renner Elias de Bruijne (Fiets) en elite-mountainbiker Juul van Loon (De Gelderlander).

Radio Tour de France

In de finale merk ik dat ik nog wat over heb. Sjors Beukeboom springt weg en ik pak zijn wiel. Merlijn volgt. We worden al snel bijgehaald. Vlak voor het ingaan van de laatste ronde rijd ik op kop van het peloton. De finishtune van Radio Tour de France weerklinkt. Ik demarreer bij het passeren van een lastige rotonde, waar de groep consequent dwars over het eiland rijdt. “Bram de Vrind leidt het peloton!”, roept de speaker die vandaag bijzonder complimenteus is. Maar ik kijk achterom en zie dat een grote groep volgt.

Ik pak een herstelmoment om de volgende demarrage te kunnen volgen. Nog een halve ronde te gaan. Sjors, Merlijn en Peter Kraaijvanger (Specialized PR en media) gaan er vandoor. Ik zet alles op alles om te volgen. Twee groepen achterblijvers komen in beeld. Peter roept dat ze aan de kant moeten. Deze chaotische situatie werkt in ons voordeel; het is lastiger om te volgen. De laatste 500 meter werk ik af als een tijdrit. Ik kijk om en zie niemand volgen, terwijl Mick Enkelaar (Gracenote Sports) voor me stil lijkt te vallen. Meter voor meter kom ik dichterbij, maar kan hem net niet passeren.

Handtekeningen

Maar dan word ik zelf in de luren gelegd. Als een duveltje uit een doosje sprint Rodrick de Munnik (Fiets) me voorbij. Hij wint in zijn categorie, terwijl ik de negende plek pak in mijn categorie (tiende algemeen). En als je de Belg die derde werd niet meerekent zelfs achtste ;). Even later word ik omringd door fans die handtekeningen komen vragen. Niet van mij, maar van Marianne Vos, Annemiek van Vleuten en andere elite dames die na ons koersen. Via de coulissen ga ik er vandoor.

Foto’s: Monique Segers-Weijts