Zo maak je foto’s waarop je racefiets uit zichzelf rechtop lijkt te staan

Zo maak je foto’s waarop je racefiets uit zichzelf rechtop lijkt te staan

Laatst plaatste ik foto’s van mijn nieuwe racefiets die uit zichzelf rechtop lijkt te blijven staan. Een volger stelde de vraag: hoe doe je dat? In deze blog leg ik je haarfijn uit hoe, door middel van een simpele truc.
Bram de Vrind
De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Je ziet ze wellicht regelmatig in de fietsbladen, op websites, je Instagram- of Facebook-feeds voorbij komen: foto’s waarop het lijkt alsof een racefiets uit zichzelf rechtop blijft staan. Niet is natuurlijk minder waar. Fotografen maken gebruik van een even simpele als doeltreffende truc.

Photoshop

Er zijn verschillende ingewikkelde manieren om dit effect voor elkaar te krijgen. Denk aan nabewerking in Photoshop en andere trucage. Maar voor de simpelste manier heb je eigenlijk slechts een assistent nodig en een camera (smartphonecamera is voldoende).

Het verhaal achter deze foto van mijn racefiets

Bovenstaande foto heb ik met hulp van mijn vriendin Esther op de Oude Kruisberg in Ronse (Vlaamse Ardennen) gemaakt. Ik had mijn nieuwe fiets meegenomen op fietsweekend en vond de kasseien van deze bekende helling een mooi decor om de fiets in te fotograferen.

Hoe ben ik te werk gegaan? Ik koos een standpunt en kader, terwijl Esther de fiets vasthield bij het achterwiel. Ik stelde de camera in op een lekker groot diafragma, zodat de achtergrond vaag werd en mijn racefiets er nog beter uitspringt. Ik zoomde ook in op de fiets, zodat alleen de fiets in het kader valt.

Grote truc

Toen was het tijd voor de grote truc. Op mijn commando liet Esther de fiets 1 seconde los en drukte ik af voordat ze de fiets weer vastpakte. Anders viel ‘ie natuurlijk om.

Zo bereik je het effect waarin het lijkt alsof de fiets uit zichzelf rechtop blijft staan. In feite fotografeer je het moment voordat de fiets omvalt. Let wel: op dagen met veel wind kan je fiets sneller omvallen en is het wellicht verstandig om een rustiger dag te kiezen voor het maken van foto’s van je racefiets.

Je volgt dus de volgende stappen voor het maken van foto’s van je racefiets met deze truc:

  1. Vraag iemand om je racefiets bij het achterwiel vast te houden. Kies bij voorkeur een rustige plek, zoals een park of landweg.
  2. Stel je camera scherp op de racefiets en laat zoveel mogelijk van de omgeving weg.
  3. Zorg ervoor dat je ‘assistent’ op jouw commando de fiets loslaat (aftellen helpt).
  4. Druk af!
  5. Zorg ervoor dat je assistent de fiets op tijd vastpakt, voordat de fiets valt.
  6. Als alles goed gaat heeft je fiets geen schade en heb jij een gave foto!

Je kunt dit ook alleen doen, met behulp van een statief, fietssteun en de zelfontspanner, maar dat vergt wat meer van je timing en moeite. Je zet de camera dan op een statief en stelt scherp op de fiets die in de fietssteun staat. Je drukt af en rent naar je fiets om de standaard weg te schuiven en met een hand het achterwiel vast te pakken. Vlak voordat de zelfontspanner afgaat, laat je het achterwiel 1 seconde los, waarna de camera een foto neemt.

Review Ravemen TR50: slank achterlicht voor avond- én dagritten

Review Ravemen TR50: slank achterlicht voor avond- én dagritten

Met twee lichtstrips die zorgen voor een wijde lichtbundel, heb je met de Ravemen TR50 een prima achterlicht voor avond- én dagritten. Je kunt hem ook op je zadel(tas) clippen. Het touch pad voor het aanpassen van de lichtsterkte werkt niet lekker met handschoenen.

Bram de Vrind
De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

In de markt van de fietslampen is ‘daylight visibility’ de trend. Lampjes worden ook gebruikt voor extra zichtbaarheid overdag in het verkeer. In de wintermaanden gebruik ik regelmatig lampjes bij ritten aan het eind van de middag. Een fel knipperend achterlicht geeft een veiliger gevoel en ik heb de indruk dat automobilisten verder uitwijken met passeren.

Ravemen TR50

Lampjesfabrikant Ravemen uit Hong Kong sluit aan op die trend. Met de TR50 hebben ze een achterlicht ontwikkeld dat je zowel ’s avonds als overdag kunt gebruiken. Het ontwerp is opvallend slank, de TR50 weegt dan ook slechts 41 gram. De lamp heeft twee rijen met ‘hoog efficiënte COB LED’s’ die maximaal 50 lumen produceren. Dat is wat minder fel dan de ‘politielichten’ van fabrikanten als Lezyne, maar fel genoeg voor goede daylight visibility. De speciaal ontworpen lens vergroot de zichtbaarheid van achter- en zijkant van de lamp.

De TR50 heeft vijf verschillende standen

1. Fel knipperend: 50 lumen, 4 uur batterijduur
2. Pulse flashing: 10 lumen, 18 uur
3. Rapid flashing: 10 lumen, 25 uur
4. Ononderbroken middensterkte: 30 lumen, 2,7 uur
5. Ononderbroken lage sterkte: 10 lumen, 7,6 uur

Touch pad 

Je schakelt niet met een ouderwets knopje tussen de standen, maar gebruikt een touch pad bovenop de lamp. Het lampje heeft een clip, zodat je hem eenvoudig los aan je (zadel)tas kunt monteren. Je bevestigt het lampje aan je fiets met een elastiek en een speciale quick release houder. Voor fietsen met een aero zadelpen wordt een verlengstuk meegeleverd. Opladen gaat via de USB-poort.

De lamp is plensdicht (IP-x4), wat betekent dat hij tegen regen moet kunnen. Voor mij is dat een belangrijk punt, aangezien in de winter ook met nat weer fiets en verschillende achterlampjes heb moeten weggooien wegens vochtschade.

Nooit lege batterijen

Ik heb de lamp tijdens de koude en ook natte januari- en februarimaanden getest. Met het koppelstukje dat ik op de houder heb geplakt, is het lampje prima te bevestigen aan mijn aero zadelpen. Het lampje klikt wel stroef in de houder. De lichtsterkte en de verschillende standen werken prima bij ritten in de middag en in het donker. Over de batterijduur heb ik niets te klagen: ik heb tot 3 uur met het lampje gefietst en nooit kwam ik met lege batterijen thuis.

Extra waterdichte behuizing

De eerste watertests heeft de lamp goed doorstaan. Hij ‘overleefde’ drie uur op de crosser in de modder en regen en gaf geen kick tijdens een druilerige rit van 100 kilometer langs de Maas. De fabrikant heeft het rubber voor de usb-poort slim boven de houder geplaatst, zodat deze niet continu aan de spray van je banden wordt blootgesteld. Maar gezien het vele water dat je achterlicht moet verdragen in de regen, vind ik een extra waterdichte behuizing toch prettiger.

Het touch pad voor het aanpassen van de lichtsterkte werkte niet helemaal lekker. Het reageerde niet bij bediening met mijn winterhandschoenen. In de regen versprong de lamp doordat er waterdruppels op het touch pad kwamen. Zo’n touch pad lijkt mij een prima oplossing in de zomer en bij droog, maar in winterse omstandigheden gebruik ik liever een ouderwets knopje.

Mooi slank achterlicht

De Ravemen TR50 is in mijn optiek een mooi slank achterlicht tegen een prima prijs. De batterijduur is goed en de lichtsterkte voldoende voor goede zichtbaarheid in de avond en overdag. Het touch pad werkte niet lekker en ook de bevestiging in de houder kan soepeler.

De Ravemen TR50 kost 36,90 euro en is vooralsnog in Nederland en België alleen via de wielerspeciaalzaken te verkrijgen. Kijk voor een overzicht van dealers op deze website.

Eerder testte ik de Ravemen CR700 voorlamp. Review lees je hier!

Over deze blog

Van distributeur BusyBee heb ik de Ravemen TR50 ontvangen voor een review. Zoals bij alle reviews op defietsjournalist.nl geeft de tekst mijn persoonlijke mening over het product weer en zijn er vooraf geen afspraken met de fabrikant gemaakt over de inhoud. BusyBee heeft dit artikel kunnen controleren op feitelijke onjuistheden.

Ravemen CR700 review: compacte ‘autokoplamp’ voor op je fiets

Ravemen CR700 review: compacte ‘autokoplamp’ voor op je fiets

To see safely, be seen friendly’ luidt de slogan van de Ravemen CR700. Dat is exact wat de voorlamp doet: de compacte, naar beneden gerichte lichtbundel, geeft je goed zicht tijdens fietsritten in het donker, zonder dat je tegenliggers verblindt. Met een prima batterijduur en verschillende lichtsterktes vind ik de CR700 een goede keuze voor (lange) avondritten op de fiets. Je leest er alles over in deze review.

Bram de Vrind
De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

We hebben het regelmatig meegemaakt tijdens onze wekelijkse lampjestraining op dinsdagavond: automobilisten die met hun lichten knipperen naar de groep, geïrriteerd door onze felle lampjes. Zelf ontnam een tegemoetkomende fietser met fietslicht als een bouwlamp me ook weleens het zicht.

In onze groep proberen we verblinding van tegenliggers te voorkomen door de hand voor de lamp te houden of de lamp even naar beneden te richten, maar ideaal is dat niet. Dat hebben ze zich waarschijnlijk ook gerealiseerd bij Ravemen. De lampjesfabrikant uit Hong Kong ontwierp een serie voorlampen om dit euvel te voorkomen. Daartoe hebben ze de techniek uit autokoplampen naar de fietslamp gebracht. De lichtbundel van de Ravemen CR-serie is in een hoek naar beneden gericht, zodat je ver vooruit kunt kijken, zonder tegenliggers te verblinden.

Ravemen CR700

Klinkt goed, maar werkt het ook echt? De versie die ik heb getest is de CR700 met een lichtsterkte van 700 lumen. Je kunt er volgens de fabrikant maximaal 100 meter mee vooruitkijken. De lamp weegt 116 gram en gaat volgens Ravemen 50.000 uur mee. Op volle sterkte heeft hij een batterijduur van 1,6 uur, op de middenstand (400 lumen) 2,7 uur, op de lage stand (200 lumen) 5 uur en op de Eco stand (50 lumen) 22 uur. Het lampje heeft ook een aantal flitsstanden, zodat je hem overdag kunt gebruiken voor extra zichtbaarheid.

De Ravemen word geleverd met een mount die je op je stuur zet. De mount past perfect om mijn stuur, maar als je een aerostuur hebt, kan de bevestiging wegens een te kort elastiek voor problemen zorgen. Leuke gadget die Ravemen meelevert is de ‘remote control’. Dat is een knopje dat je bevestigt aan je stuur, zodat je de lamp kunt bedienen zonder je hand van het stuur te halen.

Compacte lichtbundel

Tijd om de weg op te gaan! Ik heb de voorlamp een kleine maand getest, door weer en wind in de donkere januari- en februarimaanden. De lichtbundel is sterk maar compact en de batterijduur uitstekend. Ik heb er maximaal drie uur mee in het donker gereden. Op verlichte wegen voldoet de lage stand prima en in het aardedonker kun je de middenstand of hoge stand gebruiken. De hoge stand gebruikte ik eigenlijk alleen in het aardedonker, bijvoorbeeld in het bos. Mocht je het in je hoofd halen om vijf uur of langer onder de sterren te rijden, dan kun je eenvoudig een powerbank in de USB-aansluiting pluggen.

Ondanks de strakke bevestiging kwam het voor dat het lampje verschoof als ik over slecht wegdek reed. Op de klinkerweg door Oud Empel bijvoorbeeld. Maar dat heb ik tot nu toe bij elke voorlamp ondervonden.

Waterbestendig

De behuizing van het lampje oogt robuust en is waterbestendig, klasse ip-x6. Dat houdt in dat je hem zorgeloos kunt gebruiken in de regen, maar niet kunt onderdompelen in een bak met water. De waterbestendigheid vind ik belangrijk: als ‘regenfietser’ heb ik al verschillende lampjes moeten weggooien wegens vochtschade. Mocht je de lamp gebruiken in de regen, dan zou ik wel aanraden om de remote control uit te pluggen, zodat er geen vocht in de usb-aansluiting kan komen.

Nog een handige feature is de indicator op de powerknop. Die geeft aan of je batterij voor meer dan 60 procent vol is (groen licht), leeg begint te raken (10-60 procent batterijduur, rood licht) of bijna leeg is (minder dan 10 procent, knipperend rood).

Vrienden in het donker

Maar hoe zit het met de ‘slimme’ anti-verblindingsfeature? Van tegenliggers heb ik de voorbije weken geen geïrriteerde reacties ontvangen. Om te ervaren hoe tegenliggers de voorlamp zien, ben ik zelf even in de auto gekropen. Van een afstand van 20 meter verblindde de lichtbundel niet, zelfs niet op de felste stand. Ravemen maakt wat mij betreft de slogan ‘to be seen safely, be seen friendly’ waar.

De CR700 is in mijn optiek een goede en complete voorlamp voor het maken van (lange) ritten in het donker. Batterijduur en lichtsterkte zijn goed en je kunt er ook met een gerust hart mee in de regen fietsen. De mount kan een probleem vormen als je een aerostuur hebt. De CR700 heeft uitgebreide features, zoals een remote control en batterijduurindicator. En dankzij slimme naar beneden gerichte ‘beam’, maak je er ook nog vrienden mee in het verkeer.

De CR700 kost 74,95 euro en is vooralsnog in Nederland en België alleen via de wielerspeciaalzaken te verkrijgen. Kijk voor een overzicht van dealers op deze website.

Over deze blog

Van distributeur BusyBee heb ik de Ravemen CR700 ontvangen voor een review. Zoals bij alle reviews op defietsjournalist.nl geeft de tekst mijn persoonlijke mening over het product weer en zijn er vooraf geen afspraken met de fabrikant gemaakt over de inhoud. BusyBee heeft dit artikel kunnen controleren op feitelijke onjuistheden.

Onderstaand zie je de verschillende lichtsterktes die de lamp produceert:

 

De Winterfiets Elfstedentocht: ijskoude feestparade langs 11 Friese steden

De Winterfiets Elfstedentocht: ijskoude feestparade langs 11 Friese steden

Hoe saamhorig een toertocht kan zijn! Ik reed gisteren de WinterFiets Elfstedentocht, een ijskoude, maar feestelijke parade over 210 km langs 11 Friese Steden.
Bram de Vrind
De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Een ronde door Friesland, in de winter en zonder hoogtemeters, ik had me er eerlijk gezegd niet veel bij voorgesteld. Ik trap immers elke week mijn winterse rondjes in de polder.

Extreme tocht van 1963

Maar het werd een bijzondere ervaring. Ik heb de tocht gefietst met Geeske en Hessel, collega’s van mijn vriendin, die ik ken van Klimmen tegen MS: PLUS MoveS. Zaterdag logeer ik bij de schoonvader van Hessel in Heerenveen. Vanuit zijn appartement heeft hij uitzicht op het Abe Lenstra Stadion van SC Heerenveen, waarvan hij een seizoenskaart heeft. Hij vertelt over de Elfstedentocht van 1956. Hij had de tocht willen schaatsen, maar werd uitgesloten van deelname omdat hij te jong was. En over de extreme tocht van 1963, toen het ijs een dikte van 1,5 meter bereikte. Hessel vult aan dat hij bij strenge winters de fiets liet staan om naar school te schaatsen. Bijzonder voor mij als ‘Brabo’ dat het schaatsen zo leeft in Friesland!

Friese volkslied

We verzamelen zondagmorgen in de Elfstedenhal in Leeuwarden voor de start van de Winterfiets Elfstedentocht. Hessel en Geeske, rasechte Friezen, zingen uit volle borst mee met het Friese volkslied. Met stempelkaart om de nek, vertrekken we met twee pelotons van zo’n 500 renners in de vrieskou.

Een sliert van fietsers met knipperende lampjes trekt in het aardedonker door de polders, een mooi gezicht. Ontspannen rijd ik niet. IJzel en vorst maken de weg gevaarlijk glad. Na stempelpost Sneek vallen de pelotons uit elkaar en rijden we in kleine groepen. De zon werpt dan zijn eerste stralen over het vlakke land.

Soep met balletjes

Voor Hessel en Geeske zal de Winterfiets Elfstedentocht een ‘trip down memory lane’ worden. Mijn medefietsers rijden van herkenningspunt naar herkenningspunt. Hessel, in Sneek: ‘In die kroeg heb ik mijn vrouw leren kennen!’. En: ‘Op dat bruggetje zijn onze trouwfoto’s gemaakt!’. Geeske, even later: ‘Daar zat ik op de middelbare school!’.

We stoppen bij de ouders van Geeske in Wyckel voor een knusse ‘bevoorrading’. Terwijl Geeske haar ouders in het Fries bijpraat over de tocht, smul ik van de broodjes en soep met balletjes die Geeske’s moeder heeft gemaakt.

Waaiers

Eenmaal terug op de fiets, heeft Geeske het zwaar. Er volgt een fase van 70 km (!) met wind op kop en op de kant, waarin we nauwelijks tempo kunnen maken. In waaiers rijden we door het glooiende Gaasterland, over de dijken langs het IJsselmeer en door de polders richting Bolsward om vervolgens een blik op de Waddenzee te werpen bij Harlingen.

Het bereiken van die stempelpost blijkt een keerpunt. In de daaropvolgende 50 km met voornamelijk meewind, zal Geeske zich herpakken. “Wat binnen we moai fuort!”, roept ze (zoiets als: ‘het loopt lekker’).

De stempelposten van de Winterfiets Elfstedentocht zijn even sfeervol als divers. Van kroegen met live muziek tot het clubhuis van een schaatsbaan in Stiens. Daar krijgen we snert met roggebrood, een heerlijke afwisseling op de sportrepen die we de hele dag wegkauwen.

Piet

Vanaf dat punt is het nog maar 20 km naar keerpunt Dokkum en dan nog 25 naar de finish bij Leeuwarden. We stoppen voor een foto bij het beroemde bruggetje van Bartlehiem, waar de schaatselfstedentocht twee keer langs komt en vervolgen onze weg met een groep van zo’n tien renners langs de Dokkumer Ee.

Na Dokkum rijden we de ondergaande zon tegemoet. Gelukkig is de wind inmiddels gaan liggen. In het donker rollen we over de finish van de Winterfiets Elfstedentocht bij recreatieplas ‘de Grutte Wielen’. Daar krijgen we het bekende Elfstedenkruisje omgehangen. Net als we willen vertrekken, komt weerman Piet Paulusma binnenlopen. Ik zet Hessel en Geeske op de foto met Piet en roep even later ‘Oant Moarn!’ tijdens de opnames van zijn weerbericht. Mijn dagje Friesland is compleet.

Hoe je traint met een powermeter

Hoe je traint met een powermeter

Een powermeter is een handige tool om je trainingen mee naar een hoger plan te tillen. Maar als je niet weet hoe het trainen met een vermogensmeter werkt, zijn je wattages niet meer dan een getal op je fietscomputer. In dit praktische artikel uitleg en tips over hoe je traint met een powermeter.
Bram de Vrind
De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Dit seizoen heb ik geleerd waar precies mijn fysieke krachten liggen, hoe je beklimmingen beter indeelt en intervals beter uitvoert. Oorzaak? De powermeter waarmee ik nu mijn rondjes fiets.

Een powermeter (ook wel wattagemeter of vermogensmeter genoemd) meet de kracht die je op de pedalen zet tijdens het fietsen. De kracht wordt uitgedrukt in watts, ofwel energie per tijdseenheid. Ze zijn er in verschillende soorten en maten. Verwerkt in trappers, wielen of in de crankarm, zoals mijn Stages Ultegra R8000 powermeter.

De profs trainen er al jaren mee, maar wattagemeters worden ook steeds populairder onder wielrenners op lagere niveaus. Dat komt onder meer doordat vermogensmeters goedkoper zijn geworden. Waar een beetje powermeter tien jaar geleden al gauw 3000 euro kostte, heb je er nu al een voor zo’n 400 euro in huis. Fabrikanten zoals Stages hebben bovendien een nieuwe generatie wattagemeters uitgebracht die gebruiksvriendelijk, nauwkeurig en betrouwbaar is. Je monteert de powermeter op je fiets, koppelt hem aan met je fietscomputer en je bent klaar om op wattage te gaan trainen.

Voordelen trainen met een powermeter

Maar wat zijn precies de voordelen van het trainen met een powermeter? Volstaat een hartslagmeter dan niet? Laat ik vooropstellen dat een hartslagmeter een goede (en goedkope) basis biedt voor specifieke trainingen. Aan de hand van je hartslagzones kun je duurtrainingen, bloktrainingen, intervaltrainingen en andere trainingsvormen uitvoeren. Analysesoftware zoals Strava Summit en Trainingpeaks, geeft bovendien een indicatie van je progressie, conditie en vermoeidheid aan de hand van trainingen op hartslag.

Trainen op hartslag heeft echter een paar nadelen. Zo wordt je hartslag beïnvloed door externe factoren zoals stress, temperatuur en vermoeidheid. Je hart is een spier, die net als je benen vermoeid kan raken. Als je vermoeid bent, kan je hartslag moeilijker omhoog gaan en niet corresponderen met de werkelijke inspanning die je levert.

Je hartslag reageert daarnaast met enige vertraging op het verhogen of verlagen van je inspanning. Als je vol gas een aangaat op een helling, zal je hartslag niet direct omhoog schieten. En als je eenmaal boven bent, zakt hij niet meteen terug.

Intervals beter indelen

Een powermeter geeft daarentegen realtime weer hoe zwaar je inspanning is. Zet je aan voor een sprint of helling, dan schiet je wattage omhoog. Stop je met trappen bovenop of na het afsprinten, dan zakt je wattage direct. Een wattagemeter helpt je zo om beklimmingen en intervals beter in te delen. Je hoeft de eerste meters van de helling niet te wachten totdat je hartslag omhoog gaat, maar kunt direct de juiste intensiteit pakken en die vasthouden tot je inspanning erop zit.

Het rijden met een powermeter heeft mij bijvoorbeeld geleerd om gelijkmatiger en dus efficiënter te klimmen. Ik ging vaak te hard aan voor een helling om mijn hartslag omhoog te jagen. Ook heb ik geleerd dat je wattage drastisch terugvalt op minder steile stukken van een klim, zoals bepaalde haarspeldbochten, terwijl je hartslag gelijk blijft. In zo’n geval kun je dus een tandje bijschakelen en sneller klimmen, zonder dat je over de limiet gaat.

Je wattages worden evenmin beïnvloed door externe factoren. Doe je mee aan een zware etappekoers zoals de Tour de Kärnten in Oostenrijk, dan zul je zien dat je de laatste dag dezelfde wattages trapt bij een lagere hartslag. De waardes van je wattagemeter geven kortweg een veel accurater beeld van je inspanning dan die van je hartslagmeter.

Het uitvoeren van een FTP-test

Maar als je niet weet hoe het trainen met een vermogensweter werkt, zijn je wattages niets meer dan een getal op je fietscomputer. Hoe ga je met een powermeter aan de slag? Het begint allemaal met het uitvoeren van een FTP-test*. FTP (Functional Threshold Power) is het hoogste vermogen dat je ongeveer een uur kunt volhouden. Een inspanning boven je FTP, ook wel ‘in het rood rijden’ genoemd, kun je veel minder lang volhouden dan een inspanning op je FTP of net eronder.

Om je FTP te bepalen zou je een uur lang volle bak kunnen fietsen. Dat zou echter erg belastend voor je lichaam zijn. Bovendien is het lastig om een parcours te vinden waar je een uur onafgebroken op hoge intensiteit kunt fietsen.

Daarom wordt de 20 minuten-test aangeraden. Tijdens deze test, rijd je gedurende 20 minuten een zo hoog mogelijk wattage. Je kunt dit doen op je thuistrainer of buiten op een rechte weg zonder (te veel) obstakels, liefst met wind tegen. Doe eerst een warming up. Start niet te snel en probeer de laatste 3 minuten te versnellen als je nog wat over hebt.

  • Tip: druk aan het begin van je test de ronde-knop op je fietscomputer af, zodat je precies weet hoeveel minuten je te gaan hebt. Stel op je scherm je gemiddelde wattage per ronde in zodat je gedurende je test exact weet hoe hoog het wattage is dat je tot dan toe hebt getrapt. Dat motiveert om er alles uit te wringen wat erin zit!

Als de test erop zit kun je je FTP bepalen. Van het gemiddelde wattage dat uit de 20 minuten-test komt, haal je 5 procent af om tot je FTP-waarde te komen. Ik haalde in oktober bijvoorbeeld 285 watt op de 20 minuten test. 285 x 0,95 = een FTP van 271 watt.

Het wordt aangeraden om de FTP-test ongeveer eens in de zes weken te uit te voeren, omdat je FTP door het seizoen kan veranderen bij meer of minder training. Dat de FTP-waarde uit je test voor een relatief korte periode accuraat is, vind ik zelf een nadeel aan het trainen met een powermeter. Wil je het goed doen, dan moet je dus elke zes weken tot het gaatje gaan tijdens een test.

 

Afbeelding boven: screenshot van de zoneverdeling van een duurrit op Strava.

Vermogenszones berekenen

Aan de hand van je FTP kun je je vermogenszones, vergelijkbaar met je hartslagzones, berekenen die je gebruikt voor je training. Heb je een Summit abonnement, dan doet Strava dit automatisch. Maar je kunt bijvoorbeeld ook de powerzone calculator van Fiets magazine gebruiken.

Indeling van de vermogenszones:

  • Herstel (D0, <55% FTP)
  • Duur (D1, 56-75% FTP)
  • Tempo (D2, 76-90% FTP)
  • Drempel (D3, 91-105% FTP)
  • VO2max (D4, 106-120% FTP)
  • Anaeroob (D5 >121% FTP)
  • Neuromuscular (all out, FTP N/A)

Hoeveel en in welke zones je moet trainen, is afhankelijk van verschillende factoren, zoals je beschikbare tijd en trainingsdoel. Ga je de Marmotte fietsen, dan zul je waarschijnlijk meer baat hebben bij duurtraining. Wil je criteriums rijden, dan zul je meer nadruk moeten leggen op intervals.

Voor het maken van een persoonlijk trainingsplan kun je een trainer raadplegen, of online programma’s zoals Training Peaks of Webtrainer gebruiken. Je kunt jezelf ook verdiepen in trainingsleer door het lezen van boeken zoals ‘Training and Racing with a Power Meter’ van powergoeroe’s Hunter Allen en Andy Coggan.

Het bepalen van je power profile

Waar liggen precies je krachten en hoe verhoud je je tot andere renners? Je dicht jezelf klimmerskwaliteiten toe, maar presteer je beter op een korte helling als de Grebbeberg, een Ardennenklim of een Alpencol? Dat soort vragen kun je beantwoorden door het bepalen van je power profile.

Bij het opstellen van een power profile test je* wat je maximale wattages zijn gedurende:

  • 5 seconden
    Graadmeter voor explosiviteit, bijvoorbeeld in een sprint. Trek tijdens de sprints gedurende 20 seconden volle bak door voor maximaal effect. Je zult deze test een paar keer achter elkaar moeten uitvoeren, om er zeker van te zijn dat je hem ‘goed raakte’.
  • 1 minuut
    Nadruk op anaerobe vermogen. Hierbij komt het ook aan op kracht, maar je moet de inspanning wel langer kunnen volhouden. Zoals bij korte klimmetjes op de Utrechtse Heuvelrug of de Veluwe. Ook deze test zul je wellicht meermaals moeten uitvoeren om tot een goed resultaat te komen.
  • 5 minuten
    Dit is een VO2max inspanning, waarbij je voor langere tijd in de verzuring trapt. Zoals beklimmingen in Limburg of de Ardennen.
  • 20 minuten
    Graadmeter voor beklimmingen in de bergen en/of tijdritten. Je maximale vermogen over 20 minuten is de uitkomst van je FTP-test, zonder dat er 5 procent vanaf gaat.

De wattages uit de test deel je door je gewicht om tot je wattages per kilo te komen. Wattage per kilo geeft beter weer hoe je je verhoudt tot andere renners dan absolute wattages. Een zwaardere renner zal namelijk harder moeten trappen om dezelfde snelheid te rijden als een lichtgewicht. Kijk maar naar de profs. Nairo Quintana levert met zijn 58 kilo lagere wattages dan Marcel Kittel (86 kilo). Toch rijdt hij harder bergop.

Onderstaand zie je mijn power profile. In de grafiek zijn de wattages per kilo weergegeven op verschillende inspanningen en hoe ik me verhoud tot ongetrainde renners en de wereldtop. Het power profile bevestigde deels wat ik als wist: ik ben een belabberde sprinter. Nieuw is echter dat ik beter scoor op inspanningen van 5 minuten dan op 20 minuten.

Uitkiezen van wedstrijden

Hiermee kan ik bijvoorbeeld rekening houden met het kiezen van wedstrijden. Ik zal beter tot mijn recht komen in wedstrijden in de Ardennen met beklimmingen rond de 5 minuten dan in wedstrijden met korte beklimmingen waar de 1 minuut inspanning belangrijker is. En als ik een finale rijd, heeft het geen zin om af te wachten tot de eindsprint (5 seconden inspanning), maar kan ik beter 5 minuten voor de meet proberen te ontsnappen.

Het power profile kun je verder gebruiken voor het afpassen van je training. Ligt je FTP relatief laag, dan kun je ervoor kiezen om specifieke trainingen te doen om die te verhogen. Of als de 5 minuten inspanning je sterkste punt is, kun je er juist voor kiezen om je capaciteiten op dat vlak uit te bouwen om uit te blinken in de koers.

Beter presteren op de fiets begint natuurlijk met het maken van uren, het aanschaffen van een hartslagmeter voor specifieke trainingen en eventueel het bereiken van een gezond gewicht. Maar als je de overtollige kilootjes kwijt bent en je qua trainingstijd aan je plafond zit, kan het trainen en koersen met een powermeter je misschien net die paar procentjes extra progressie bieden. Het is aan jou of je het die investering in zo’n apparaatje waard vindt.

Over deze blog

Van Stages heb ik de Ultegra R8000 powermeter ontvangen voor een review. De powermeter staat op verschillende foto’s bij dit artikel afgebeeld. Stages heeft geen enkele zeggenschap gehad over de inhoud van dit artikel.

*Het uitvoeren van maximaaltests brengt risico’s met zich mee en vindt op eigen risico plaats. Raadpleeg een arts bij vragen over je belastbaarheid.