Ravemen CR700 review: compacte ‘autokoplamp’ voor op je fiets

Ravemen CR700 review: compacte ‘autokoplamp’ voor op je fiets

To see safely, be seen friendly’ luidt de slogan van de Ravemen CR700. Dat is exact wat de voorlamp doet: de compacte, naar beneden gerichte lichtbundel, geeft je goed zicht tijdens fietsritten in het donker, zonder dat je tegenliggers verblindt. Met een prima batterijduur en verschillende lichtsterktes vind ik de CR700 een goede keuze voor (lange) avondritten op de fiets. Je leest er alles over in deze review.

Bram de Vrind
De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

We hebben het regelmatig meegemaakt tijdens onze wekelijkse lampjestraining op dinsdagavond: automobilisten die met hun lichten knipperen naar de groep, geïrriteerd door onze felle lampjes. Zelf ontnam een tegemoetkomende fietser met fietslicht als een bouwlamp me ook weleens het zicht.

In onze groep proberen we verblinding van tegenliggers te voorkomen door de hand voor de lamp te houden of de lamp even naar beneden te richten, maar ideaal is dat niet. Dat hebben ze zich waarschijnlijk ook gerealiseerd bij Ravemen. De lampjesfabrikant uit Hong Kong ontwierp een serie voorlampen om dit euvel te voorkomen. Daartoe hebben ze de techniek uit autokoplampen naar de fietslamp gebracht. De lichtbundel van de Ravemen CR-serie is in een hoek naar beneden gericht, zodat je ver vooruit kunt kijken, zonder tegenliggers te verblinden.

Ravemen CR700

Klinkt goed, maar werkt het ook echt? De versie die ik heb getest is de CR700 met een lichtsterkte van 700 lumen. Je kunt er volgens de fabrikant maximaal 100 meter mee vooruitkijken. De lamp weegt 116 gram en gaat volgens Ravemen 50.000 uur mee. Op volle sterkte heeft hij een batterijduur van 1,6 uur, op de middenstand (400 lumen) 2,7 uur, op de lage stand (200 lumen) 5 uur en op de Eco stand (50 lumen) 22 uur. Het lampje heeft ook een aantal flitsstanden, zodat je hem overdag kunt gebruiken voor extra zichtbaarheid.

De Ravemen word geleverd met een mount die je op je stuur zet. De mount past perfect om mijn stuur, maar als je een aerostuur hebt, kan de bevestiging wegens een te kort elastiek voor problemen zorgen. Leuke gadget die Ravemen meelevert is de ‘remote control’. Dat is een knopje dat je bevestigt aan je stuur, zodat je de lamp kunt bedienen zonder je hand van het stuur te halen.

Compacte lichtbundel

Tijd om de weg op te gaan! Ik heb de voorlamp een kleine maand getest, door weer en wind in de donkere januari- en februarimaanden. De lichtbundel is sterk maar compact en de batterijduur uitstekend. Ik heb er maximaal drie uur mee in het donker gereden. Op verlichte wegen voldoet de lage stand prima en in het aardedonker kun je de middenstand of hoge stand gebruiken. De hoge stand gebruikte ik eigenlijk alleen in het aardedonker, bijvoorbeeld in het bos. Mocht je het in je hoofd halen om vijf uur of langer onder de sterren te rijden, dan kun je eenvoudig een powerbank in de USB-aansluiting pluggen.

Ondanks de strakke bevestiging kwam het voor dat het lampje verschoof als ik over slecht wegdek reed. Op de klinkerweg door Oud Empel bijvoorbeeld. Maar dat heb ik tot nu toe bij elke voorlamp ondervonden.

Waterbestendig

De behuizing van het lampje oogt robuust en is waterbestendig, klasse ip-x6. Dat houdt in dat je hem zorgeloos kunt gebruiken in de regen, maar niet kunt onderdompelen in een bak met water. De waterbestendigheid vind ik belangrijk: als ‘regenfietser’ heb ik al verschillende lampjes moeten weggooien wegens vochtschade. Mocht je de lamp gebruiken in de regen, dan zou ik wel aanraden om de remote control uit te pluggen, zodat er geen vocht in de usb-aansluiting kan komen.

Nog een handige feature is de indicator op de powerknop. Die geeft aan of je batterij voor meer dan 60 procent vol is (groen licht), leeg begint te raken (10-60 procent batterijduur, rood licht) of bijna leeg is (minder dan 10 procent, knipperend rood).

Vrienden in het donker

Maar hoe zit het met de ‘slimme’ anti-verblindingsfeature? Van tegenliggers heb ik de voorbije weken geen geïrriteerde reacties ontvangen. Om te ervaren hoe tegenliggers de voorlamp zien, ben ik zelf even in de auto gekropen. Van een afstand van 20 meter verblindde de lichtbundel niet, zelfs niet op de felste stand. Ravemen maakt wat mij betreft de slogan ‘to be seen safely, be seen friendly’ waar.

De CR700 is in mijn optiek een goede en complete voorlamp voor het maken van (lange) ritten in het donker. Batterijduur en lichtsterkte zijn goed en je kunt er ook met een gerust hart mee in de regen fietsen. De mount kan een probleem vormen als je een aerostuur hebt. De CR700 heeft uitgebreide features, zoals een remote control en batterijduurindicator. En dankzij slimme naar beneden gerichte ‘beam’, maak je er ook nog vrienden mee in het verkeer.

De CR700 kost 74,95 euro en is vooralsnog in Nederland en België alleen via de wielerspeciaalzaken te verkrijgen. Kijk voor een overzicht van dealers op deze website.

Over deze blog

Van distributeur BusyBee heb ik de Ravemen CR700 ontvangen voor een review. Zoals bij alle reviews op defietsjournalist.nl geeft de tekst mijn persoonlijke mening over het product weer en zijn er vooraf geen afspraken met de fabrikant gemaakt over de inhoud. BusyBee heeft dit artikel kunnen controleren op feitelijke onjuistheden.

Onderstaand zie je de verschillende lichtsterktes die de lamp produceert:

 

De Winterfiets Elfstedentocht: ijskoude feestparade langs 11 Friese steden

De Winterfiets Elfstedentocht: ijskoude feestparade langs 11 Friese steden

Hoe saamhorig een toertocht kan zijn! Ik reed gisteren de WinterFiets Elfstedentocht, een ijskoude, maar feestelijke parade over 210 km langs 11 Friese Steden.
Bram de Vrind
De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Een ronde door Friesland, in de winter en zonder hoogtemeters, ik had me er eerlijk gezegd niet veel bij voorgesteld. Ik trap immers elke week mijn winterse rondjes in de polder.

Extreme tocht van 1963

Maar het werd een bijzondere ervaring. Ik heb de tocht gefietst met Geeske en Hessel, collega’s van mijn vriendin, die ik ken van Klimmen tegen MS: PLUS MoveS. Zaterdag logeer ik bij de schoonvader van Hessel in Heerenveen. Vanuit zijn appartement heeft hij uitzicht op het Abe Lenstra Stadion van SC Heerenveen, waarvan hij een seizoenskaart heeft. Hij vertelt over de Elfstedentocht van 1956. Hij had de tocht willen schaatsen, maar werd uitgesloten van deelname omdat hij te jong was. En over de extreme tocht van 1963, toen het ijs een dikte van 1,5 meter bereikte. Hessel vult aan dat hij bij strenge winters de fiets liet staan om naar school te schaatsen. Bijzonder voor mij als ‘Brabo’ dat het schaatsen zo leeft in Friesland!

Friese volkslied

We verzamelen zondagmorgen in de Elfstedenhal in Leeuwarden voor de start van de Winterfiets Elfstedentocht. Hessel en Geeske, rasechte Friezen, zingen uit volle borst mee met het Friese volkslied. Met stempelkaart om de nek, vertrekken we met twee pelotons van zo’n 500 renners in de vrieskou.

Een sliert van fietsers met knipperende lampjes trekt in het aardedonker door de polders, een mooi gezicht. Ontspannen rijd ik niet. IJzel en vorst maken de weg gevaarlijk glad. Na stempelpost Sneek vallen de pelotons uit elkaar en rijden we in kleine groepen. De zon werpt dan zijn eerste stralen over het vlakke land.

Soep met balletjes

Voor Hessel en Geeske zal de Winterfiets Elfstedentocht een ‘trip down memory lane’ worden. Mijn medefietsers rijden van herkenningspunt naar herkenningspunt. Hessel, in Sneek: ‘In die kroeg heb ik mijn vrouw leren kennen!’. En: ‘Op dat bruggetje zijn onze trouwfoto’s gemaakt!’. Geeske, even later: ‘Daar zat ik op de middelbare school!’.

We stoppen bij de ouders van Geeske in Wyckel voor een knusse ‘bevoorrading’. Terwijl Geeske haar ouders in het Fries bijpraat over de tocht, smul ik van de broodjes en soep met balletjes die Geeske’s moeder heeft gemaakt.

Waaiers

Eenmaal terug op de fiets, heeft Geeske het zwaar. Er volgt een fase van 70 km (!) met wind op kop en op de kant, waarin we nauwelijks tempo kunnen maken. In waaiers rijden we door het glooiende Gaasterland, over de dijken langs het IJsselmeer en door de polders richting Bolsward om vervolgens een blik op de Waddenzee te werpen bij Harlingen.

Het bereiken van die stempelpost blijkt een keerpunt. In de daaropvolgende 50 km met voornamelijk meewind, zal Geeske zich herpakken. “Wat binnen we moai fuort!”, roept ze (zoiets als: ‘het loopt lekker’).

De stempelposten van de Winterfiets Elfstedentocht zijn even sfeervol als divers. Van kroegen met live muziek tot het clubhuis van een schaatsbaan in Stiens. Daar krijgen we snert met roggebrood, een heerlijke afwisseling op de sportrepen die we de hele dag wegkauwen.

Piet

Vanaf dat punt is het nog maar 20 km naar keerpunt Dokkum en dan nog 25 naar de finish bij Leeuwarden. We stoppen voor een foto bij het beroemde bruggetje van Bartlehiem, waar de schaatselfstedentocht twee keer langs komt en vervolgen onze weg met een groep van zo’n tien renners langs de Dokkumer Ee.

Na Dokkum rijden we de ondergaande zon tegemoet. Gelukkig is de wind inmiddels gaan liggen. In het donker rollen we over de finish van de Winterfiets Elfstedentocht bij recreatieplas ‘de Grutte Wielen’. Daar krijgen we het bekende Elfstedenkruisje omgehangen. Net als we willen vertrekken, komt weerman Piet Paulusma binnenlopen. Ik zet Hessel en Geeske op de foto met Piet en roep even later ‘Oant Moarn!’ tijdens de opnames van zijn weerbericht. Mijn dagje Friesland is compleet.

Hoe je traint met een powermeter

Hoe je traint met een powermeter

Een powermeter is een handige tool om je trainingen mee naar een hoger plan te tillen. Maar als je niet weet hoe het trainen met een vermogensmeter werkt, zijn je wattages niet meer dan een getal op je fietscomputer. In dit praktische artikel uitleg en tips over hoe je traint met een powermeter.
Bram de Vrind
De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Dit seizoen heb ik geleerd waar precies mijn fysieke krachten liggen, hoe je beklimmingen beter indeelt en intervals beter uitvoert. Oorzaak? De powermeter waarmee ik nu mijn rondjes fiets.

Een powermeter (ook wel wattagemeter of vermogensmeter genoemd) meet de kracht die je op de pedalen zet tijdens het fietsen. De kracht wordt uitgedrukt in watts, ofwel energie per tijdseenheid. Ze zijn er in verschillende soorten en maten. Verwerkt in trappers, wielen of in de crankarm, zoals mijn Stages Ultegra R8000 powermeter.

De profs trainen er al jaren mee, maar wattagemeters worden ook steeds populairder onder wielrenners op lagere niveaus. Dat komt onder meer doordat vermogensmeters goedkoper zijn geworden. Waar een beetje powermeter tien jaar geleden al gauw 3000 euro kostte, heb je er nu al een voor zo’n 400 euro in huis. Fabrikanten zoals Stages hebben bovendien een nieuwe generatie wattagemeters uitgebracht die gebruiksvriendelijk, nauwkeurig en betrouwbaar is. Je monteert de powermeter op je fiets, koppelt hem aan met je fietscomputer en je bent klaar om op wattage te gaan trainen.

Voordelen trainen met een powermeter

Maar wat zijn precies de voordelen van het trainen met een powermeter? Volstaat een hartslagmeter dan niet? Laat ik vooropstellen dat een hartslagmeter een goede (en goedkope) basis biedt voor specifieke trainingen. Aan de hand van je hartslagzones kun je duurtrainingen, bloktrainingen, intervaltrainingen en andere trainingsvormen uitvoeren. Analysesoftware zoals Strava Summit en Trainingpeaks, geeft bovendien een indicatie van je progressie, conditie en vermoeidheid aan de hand van trainingen op hartslag.

Trainen op hartslag heeft echter een paar nadelen. Zo wordt je hartslag beïnvloed door externe factoren zoals stress, temperatuur en vermoeidheid. Je hart is een spier, die net als je benen vermoeid kan raken. Als je vermoeid bent, kan je hartslag moeilijker omhoog gaan en niet corresponderen met de werkelijke inspanning die je levert.

Je hartslag reageert daarnaast met enige vertraging op het verhogen of verlagen van je inspanning. Als je vol gas een aangaat op een helling, zal je hartslag niet direct omhoog schieten. En als je eenmaal boven bent, zakt hij niet meteen terug.

Intervals beter indelen

Een powermeter geeft daarentegen realtime weer hoe zwaar je inspanning is. Zet je aan voor een sprint of helling, dan schiet je wattage omhoog. Stop je met trappen bovenop of na het afsprinten, dan zakt je wattage direct. Een wattagemeter helpt je zo om beklimmingen en intervals beter in te delen. Je hoeft de eerste meters van de helling niet te wachten totdat je hartslag omhoog gaat, maar kunt direct de juiste intensiteit pakken en die vasthouden tot je inspanning erop zit.

Het rijden met een powermeter heeft mij bijvoorbeeld geleerd om gelijkmatiger en dus efficiënter te klimmen. Ik ging vaak te hard aan voor een helling om mijn hartslag omhoog te jagen. Ook heb ik geleerd dat je wattage drastisch terugvalt op minder steile stukken van een klim, zoals bepaalde haarspeldbochten, terwijl je hartslag gelijk blijft. In zo’n geval kun je dus een tandje bijschakelen en sneller klimmen, zonder dat je over de limiet gaat.

Je wattages worden evenmin beïnvloed door externe factoren. Doe je mee aan een zware etappekoers zoals de Tour de Kärnten in Oostenrijk, dan zul je zien dat je de laatste dag dezelfde wattages trapt bij een lagere hartslag. De waardes van je wattagemeter geven kortweg een veel accurater beeld van je inspanning dan die van je hartslagmeter.

Het uitvoeren van een FTP-test

Maar als je niet weet hoe het trainen met een vermogensweter werkt, zijn je wattages niets meer dan een getal op je fietscomputer. Hoe ga je met een powermeter aan de slag? Het begint allemaal met het uitvoeren van een FTP-test*. FTP (Functional Threshold Power) is het hoogste vermogen dat je ongeveer een uur kunt volhouden. Een inspanning boven je FTP, ook wel ‘in het rood rijden’ genoemd, kun je veel minder lang volhouden dan een inspanning op je FTP of net eronder.

Om je FTP te bepalen zou je een uur lang volle bak kunnen fietsen. Dat zou echter erg belastend voor je lichaam zijn. Bovendien is het lastig om een parcours te vinden waar je een uur onafgebroken op hoge intensiteit kunt fietsen.

Daarom wordt de 20 minuten-test aangeraden. Tijdens deze test, rijd je gedurende 20 minuten een zo hoog mogelijk wattage. Je kunt dit doen op je thuistrainer of buiten op een rechte weg zonder (te veel) obstakels, liefst met wind tegen. Doe eerst een warming up. Start niet te snel en probeer de laatste 3 minuten te versnellen als je nog wat over hebt.

  • Tip: druk aan het begin van je test de ronde-knop op je fietscomputer af, zodat je precies weet hoeveel minuten je te gaan hebt. Stel op je scherm je gemiddelde wattage per ronde in zodat je gedurende je test exact weet hoe hoog het wattage is dat je tot dan toe hebt getrapt. Dat motiveert om er alles uit te wringen wat erin zit!

Als de test erop zit kun je je FTP bepalen. Van het gemiddelde wattage dat uit de 20 minuten-test komt, haal je 5 procent af om tot je FTP-waarde te komen. Ik haalde in oktober bijvoorbeeld 285 watt op de 20 minuten test. 285 x 0,95 = een FTP van 271 watt.

Het wordt aangeraden om de FTP-test ongeveer eens in de zes weken te uit te voeren, omdat je FTP door het seizoen kan veranderen bij meer of minder training. Dat de FTP-waarde uit je test voor een relatief korte periode accuraat is, vind ik zelf een nadeel aan het trainen met een powermeter. Wil je het goed doen, dan moet je dus elke zes weken tot het gaatje gaan tijdens een test.

 

Afbeelding boven: screenshot van de zoneverdeling van een duurrit op Strava.

Vermogenszones berekenen

Aan de hand van je FTP kun je je vermogenszones, vergelijkbaar met je hartslagzones, berekenen die je gebruikt voor je training. Heb je een Summit abonnement, dan doet Strava dit automatisch. Maar je kunt bijvoorbeeld ook de powerzone calculator van Fiets magazine gebruiken.

Indeling van de vermogenszones:

  • Herstel (D0, <55% FTP)
  • Duur (D1, 56-75% FTP)
  • Tempo (D2, 76-90% FTP)
  • Drempel (D3, 91-105% FTP)
  • VO2max (D4, 106-120% FTP)
  • Anaeroob (D5 >121% FTP)
  • Neuromuscular (all out, FTP N/A)

Hoeveel en in welke zones je moet trainen, is afhankelijk van verschillende factoren, zoals je beschikbare tijd en trainingsdoel. Ga je de Marmotte fietsen, dan zul je waarschijnlijk meer baat hebben bij duurtraining. Wil je criteriums rijden, dan zul je meer nadruk moeten leggen op intervals.

Voor het maken van een persoonlijk trainingsplan kun je een trainer raadplegen, of online programma’s zoals Training Peaks of Webtrainer gebruiken. Je kunt jezelf ook verdiepen in trainingsleer door het lezen van boeken zoals ‘Training and Racing with a Power Meter’ van powergoeroe’s Hunter Allen en Andy Coggan.

Het bepalen van je power profile

Waar liggen precies je krachten en hoe verhoud je je tot andere renners? Je dicht jezelf klimmerskwaliteiten toe, maar presteer je beter op een korte helling als de Grebbeberg, een Ardennenklim of een Alpencol? Dat soort vragen kun je beantwoorden door het bepalen van je power profile.

Bij het opstellen van een power profile test je* wat je maximale wattages zijn gedurende:

  • 5 seconden
    Graadmeter voor explosiviteit, bijvoorbeeld in een sprint. Trek tijdens de sprints gedurende 20 seconden volle bak door voor maximaal effect. Je zult deze test een paar keer achter elkaar moeten uitvoeren, om er zeker van te zijn dat je hem ‘goed raakte’.
  • 1 minuut
    Nadruk op anaerobe vermogen. Hierbij komt het ook aan op kracht, maar je moet de inspanning wel langer kunnen volhouden. Zoals bij korte klimmetjes op de Utrechtse Heuvelrug of de Veluwe. Ook deze test zul je wellicht meermaals moeten uitvoeren om tot een goed resultaat te komen.
  • 5 minuten
    Dit is een VO2max inspanning, waarbij je voor langere tijd in de verzuring trapt. Zoals beklimmingen in Limburg of de Ardennen.
  • 20 minuten
    Graadmeter voor beklimmingen in de bergen en/of tijdritten. Je maximale vermogen over 20 minuten is de uitkomst van je FTP-test, zonder dat er 5 procent vanaf gaat.

De wattages uit de test deel je door je gewicht om tot je wattages per kilo te komen. Wattage per kilo geeft beter weer hoe je je verhoudt tot andere renners dan absolute wattages. Een zwaardere renner zal namelijk harder moeten trappen om dezelfde snelheid te rijden als een lichtgewicht. Kijk maar naar de profs. Nairo Quintana levert met zijn 58 kilo lagere wattages dan Marcel Kittel (86 kilo). Toch rijdt hij harder bergop.

Onderstaand zie je mijn power profile. In de grafiek zijn de wattages per kilo weergegeven op verschillende inspanningen en hoe ik me verhoud tot ongetrainde renners en de wereldtop. Het power profile bevestigde deels wat ik als wist: ik ben een belabberde sprinter. Nieuw is echter dat ik beter scoor op inspanningen van 5 minuten dan op 20 minuten.

Uitkiezen van wedstrijden

Hiermee kan ik bijvoorbeeld rekening houden met het kiezen van wedstrijden. Ik zal beter tot mijn recht komen in wedstrijden in de Ardennen met beklimmingen rond de 5 minuten dan in wedstrijden met korte beklimmingen waar de 1 minuut inspanning belangrijker is. En als ik een finale rijd, heeft het geen zin om af te wachten tot de eindsprint (5 seconden inspanning), maar kan ik beter 5 minuten voor de meet proberen te ontsnappen.

Het power profile kun je verder gebruiken voor het afpassen van je training. Ligt je FTP relatief laag, dan kun je ervoor kiezen om specifieke trainingen te doen om die te verhogen. Of als de 5 minuten inspanning je sterkste punt is, kun je er juist voor kiezen om je capaciteiten op dat vlak uit te bouwen om uit te blinken in de koers.

Beter presteren op de fiets begint natuurlijk met het maken van uren, het aanschaffen van een hartslagmeter voor specifieke trainingen en eventueel het bereiken van een gezond gewicht. Maar als je de overtollige kilootjes kwijt bent en je qua trainingstijd aan je plafond zit, kan het trainen en koersen met een powermeter je misschien net die paar procentjes extra progressie bieden. Het is aan jou of je het die investering in zo’n apparaatje waard vindt.

Over deze blog

Van Stages heb ik de Ultegra R8000 powermeter ontvangen voor een review. De powermeter staat op verschillende foto’s bij dit artikel afgebeeld. Stages heeft geen enkele zeggenschap gehad over de inhoud van dit artikel.

*Het uitvoeren van maximaaltests brengt risico’s met zich mee en vindt op eigen risico plaats. Raadpleeg een arts bij vragen over je belastbaarheid.

Review Stages Gen 3 powermeter: supergebruiksvriendelijke tool voor effectievere trainingen

Review Stages Gen 3 powermeter: supergebruiksvriendelijke tool voor effectievere trainingen

Ben je op zoek naar een betrouwbare en voordelige powermeter om je training naar een (nog) hoger plan te brengen? Dan is een Stages Gen 3 powermeter wellicht een goede keuze. De nieuwe generatie powermeters is de nauwkeurigste en voordeligste die Stages ooit heeft gemaakt. Ik heb de Ultegra R8000 versie twee maanden getest en vond hem supergebruiksvriendelijk.
Bram de Vrind
De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Wattagemeters waren tien jaar geleden eigenlijk alleen weggelegd voor wielrenners met een profcontract of diepe zakken. Een powermeter kostte toen al gauw 3000 euro. Het Amerikaanse Stages, ooit begonnen met spinningfietsen, zorgde in 2013 met de Gen 1 voor een prijsdoorbraak. Voor een vanafprijs van rond de 600 euro brachten ze een nauwkeurige powermeter op de markt tegen een veel lagere prijs.

Powermeter ‘boom’

“Wij begonnen de powermeter boom. We openden de markt voor de amateurwielrenner. Iedereen die er nu een wil kan er een krijgen”, vertelt Sales & Customer Support Manager Florian Grafmüller van Stages over de telefoon vanuit het Europese HQ in Kirchzarten. Vanuit het stadje in het Zwarte Woud vindt de distributie en klantenservice voor de Europese markt plaats.

Het geheim van Stages zit hem in de kleine unit op de crankarm. Deze unit meet de buiging van de crank als je er kracht op zet. Aan de hand daarvan berekent hij je vermogen. Je koopt bij Stages dus een gemodificeerde crankarm met unit. Je kunt kiezen voor alleen een linker crankarm, waarbij het wattage van je linkerbeen wordt verdubbeld voor het totaalwattage. Of je kiest voor een linker- en rechter crankarm met tweede unit, zodat je de exacte vermogensverhouding per been kunt aflezen. De wattagemeters van Stages zijn beschikbaar voor Shimano, Campagnolo, SRAM en andere merken.

Team Sky

Naast de lage prijs was ook het partnership met Team Sky voor Stages een doorbraak. Sinds 2015 rijden Chris Froome en zijn brigade met de Amerikaanse powermeters. Het beeld waarin Chris tijdens het klimmen naar de wattages op zijn fietscomputer staart, is iconisch voor het nieuwe wielrennen. “De samenwerking met Team Sky was super voor onze brand awareness. Ik kan niet zeggen hoeveel we extra verkochten, maar het zorgde zeker voor een stijging in de verkopen”, zei Florian. Hij kon nog niet zeggen of Sky ook volgend seizoen met Stages rijdt.

Stages heeft vorige winter zijn derde generatie powermeters gelanceerd. Bij Gen 2 had Stages al de behuizing van de unit verbeterd, zodat die beter bestand was tegen vocht. Grootste verbetering van Gen 3 is de acccuratie van de unit. Die ‘foutmarge’ is verlaagd van 2 naar 1,5 procent. Bovendien is het signaal van de powermeter versterkt, zodat hij ook te synchroniseren is met smartwatches en triatlon horloges. Stages heeft een ledlampje aan de unit toegevoegd, dat de eerste paar crankrotaties aan aangeeft of de batterij vol genoeg is (groen licht), leeg begint te raken (oranje) of snel moet worden vervangen (rood).

Prijs verlaagd

Last but not least is per 1 november de prijs van de powermeters met 10 procent verlaagd. Een Shimano 105 powermeter kost nu 499 euro, Ultegra 559 euro en Dura Ace 649 euro. “De Gen 3 powermeter is de beste vermogensmeter die we ooit hebben gebouwd. Voor de beste prijs die we ooit hebben geboden”, brengt Florian het mooi.

Eén van de redenen voor de prijsverlaging is de toegenomen concurrentie. Want inmiddels zijn er meer dan tien aanbieders van vermogensmeters op de markt. “De concurrentie is heviger dan drie jaar geleden. We worden gekopieerd. Merken zoals 4iiii doen bijvoorbeeld precies hetzelfde als wij”, aldus de customer support manager.

Om zich verder te onderscheiden investeert Stages verder in goede klantenservice. Florian: “We streven ernaar om garantiegevallen binnen een werkdag af te handelen. Als er een vermogensmeter binnenkomt, gaat er dus nog dezelfde dag een gerepareerde of nieuwe powermeter de deur uit. Als fietsliefhebbers weten we dat onze klanten hem snel weer nodig hebben om te trainen.”

De testperiode

De powermeter wordt op een zonnige septemberdag thuis afgeleverd. In de zwarte doos zit een gemodificeerde Shimano Ultegra R8000 crankarm met logo van Stages aan de voorkant en unit van de powermeter aan de binnenkant. Voor de ‘weight weenies’ onder ons: powermeter met unit is slechts 15 gram zwaarder dan een normale Ultegra R8000 crankarm. Dus voor het gewicht hoef je de aanschaf van deze meter niet te laten. De vermogensmeter komt verder zonder losse onderdeeltjes of andere bijkomstigheden.

De installatie van de powermeter gaat eenvoudig, zelfs voor iemand met twee linkerhanden zoals ik. Ik demonteer de linkercrank van de fiets en verwissel deze voor de crank met powermeter, die ik heb geactiveerd door de batterij te installeren. Als ik de trapper erop heb gedraaid is het tijd om de powermeter te pairen met mijn Wahoo fietscomputer. Ik activeer Bluetooth op mijn fietscomputer, draai een paar keer met de crank om de powermeter ‘wakker te maken’ en link het nieuwe apparaat aan mijn Wahoo. De powermeter fungeert ook meteen als cadansmeter.

Gave cockpit

Via de Wahoo app stel ik het hoofdscherm van mijn fietscomputer opnieuw in met snelheid, hartslag, wattage, cadans en gereden afstand. Gave cockpit! Tip: stel de weergave op je fietscomputer in op ‘gemiddeld wattage per 3 seconde’. Dat zorgt ervoor dat de wattages op je scherm minder verspringen ten opzichte van wattage per seconde.

Zoals met veel andere wattagemeters dien je het apparaat voor elke rit te kalibreren. Dat komt omdat externe factoren zoals temperatuurverschillen effect hebben op het apparaat. Je plaatst de linker crankarm daartoe in de verticale stand en kiest op je fietscomputer de optie kalibreren. Het kalibreren is in een handomdraai gebeurd en ging bij mij bijna altijd in een keer goed. Easy does it!

Supergebruiksvriendelijke powermeter

Tijdens de testperiode heeft de Stages powermeter zich bewezen als betrouwbaar en supergebruiksvriendelijk. Geen moment is het signaal weggevallen tijdens een training. Het kalibreren ging bijna altijd in een keer. Ook de batterijduur is goed. Volgens Stages kun je 200+ uur rijden op een CR3032 batterij. Tijdens de testperiode heeft de batterij in mijn exemplaar in ieder geval geen kik gegeven* (*zie update onderaan het artikel). Precies wat ik wil van een powermeter: dat ik er geen omkijken naar heb. Wel stribbelde mijn Wahoo zo nu en dan tegen. De fietscomputer gaf verschillende keren aan dat Wahoo een firmware update nodig heeft voor de powermeter. De app loopt echter vast als ik die probeer te downloaden. Vervelend, hoewel het het functioneren van de powermeter nooit heeft belet.

Het verdict

Stages is niet langer het enige merk dat relatief betaalbare powermeters maakt. Afgaande op mijn eigen ervaringen heeft het Amerikaanse bedrijf met haar derde generatie powermeters de zaakjes in ieder geval goed op orde. De Gen 3 powermeter is makkelijk te installeren, accuraat, betrouwbaar en supergebruiksvriendelijk. Kortom: een goede optie voor iedereen die de komende jaren zoals Chris Froome en de andere Skybots wil trainen.

GEN 3 STAGES POWER L | ULTEGRA R8000 specificaties:

  • Nauwkeurigheid: ± 1.5%
  • Gewicht: 15 gram extra ten opzichte van standaard Ultegra crankarm
  • Batterijduur: 200+ uur (batterij: CR2032), volgens fabrikant
  • Power bereik (Watt): 0 tot 5000
  • Cadans bereik (rpm): 10-220
  • Beschikbaar in cranklengtes: 165mm, 170mm, 172.5mm, 175mm
  • Prijs: 559 euro

*UPDATE 1/2019: De batterij is inmiddels leeg. Ik heb er zo’n 150 uur mee gereden.

 

Over deze review

Ik ontving de Stages Power Gen 3 powermeter van Stages voor een review. Zoals bij alle reviews op defietsjournalist.nl geeft de tekst mijn persoonlijke mening over het product weer en zijn er vooraf geen afspraken met de fabrikant gemaakt over de inhoud. Stages heeft dit artikel kunnen controleren op feitelijke onjuistheden.

Trainen voor een ultrafondo: zo heb ik me voorbereid op de Tour des Stations

Trainen voor een ultrafondo: zo heb ik me voorbereid op de Tour des Stations

10 cols en 7500 hoogtemeters verdeeld over 220 kilometer. Bij het zien van het knotsgekke profiel van de Tour des Stations in Zwitserland, rees bij mij de vraag: hoe moet je in godsnaam trainen voor zo’n extreme uitdaging? Zo heb ik het aangepakt.

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Bram de Vrind

De Fietsjournalist

Morgen rijd ik de Tour des Stations in de Zwitserse regio Valais ofwel Wallis ten zuidoosten van Genève. De route verbindt de talrijke skistations in Valais, vandaar de naam. Ik rijd deze nieuwe cyclo voor een reportage in Fietssport Magazine. De afgelopen weken heb ik keihard getraind om in vorm te komen. Dat moest ook wel: ik zit morgen naar verwachting negen tot tien uur op de fiets!

Inspanningstest

In de aanloop naar de cyclo ben ik begeleid door het Sport Medisch Centrum Jeroen Bosch. Dat begon met een inspanningstest om te peilen hoe het stond met de conditie. Bij zo’n test fiets je op een indoor trainer en wordt de weerstand in stappen verhoogd totdat je niet meer kunt. Ze meten onder andere je maximale wattage, hartslagzones en maximale zuurstofopname (VO2max), een graadmeter voor getraindheid/talent.

Ik was erg tevreden met de resultaten. Met name mijn wattage op omslagpunt, een graadmeter voor fietsen op het vlakke, was fors gestegen en zat nu op niveau beloften. Mijn maximale belasting (graadmeter voor klimmen) was 6,4 watt per kilo, niveau elite ofwel profs. Mijn VO2max was een puntje gestegen naar 63. Dat is behoorlijk, maar relatief als je bedenkt dat de profs gemiddeld 70+ hebben en Tom Dumoulin rond de 80 zit.

Trainingsschema

Aan de hand van de testgegevens maakte trainer Aschwin van Oorschot een trainingsschema. Zijn schema is vooral gericht op klimmen en het vergroten van het duurvermogen. Niet gek: als je negen uur achter elkaar moet koersen is het trainen van een goed duurvermogen de sleutel. ‘Vermogen op omslagpunt is goed en hoeft nu niet direct een prikkel te krijgen’, appte hij. Het schema bestaat uit vier tot vijf trainingen per week, voor een maand lang. Doei sociaal leven.

Aschwin simuleert in zijn schema’s het trainingsdoel, zodat je lichaam tijdens het trainen went aan de inspanning van de wedstrijd. In mijn geval betekende dat elke week naar Limburg of de Ardennen voor een klimtraining van 150 tot 170 kilometer, geen straf!

Oververmoeidheid

Probleempje echter: ik had last van oververmoeidheid. Een week herstel voorafgaand aan het schema bleek niet genoeg. Ik begon vol goede moed met een duurrit gevolgd door een heuveltraining van 160 kilometer in de Ardennen met fietskameraad Maarten. Maar het daaropvolgende weekend was ik zo gesloopt dat ik een krachttraining moest afbreken, omdat ik de intensiteit niet aankon. De duurtraining de dag erna heb ik helemaal geschrapt. Als je zo moe bent dat je de trainingen niet kunt uitvoeren, dan heeft fietsen geen zin.

De rust deed me goed, want de week erop ging het een stuk beter met trainen. Ondanks dat een hittegolf en recordtemperaturen het er niet makkelijker op maakten. Een duurrit richting Cuijk, krachttraining met koffiestop bij Slot Loevestein en op vrijdag met Maarten en Sjoerd naar Limburg en de Voerstreek voor een heuveltraining. De opdracht: duurvermogen (grens d1/2) op het vlakke, bergop gas geven (d3) en 30 seconden sprinten op de top. Zo simuleer je het doortrekken na beklimmingen in de koers. Dat ging heerlijk, ondanks dat die dag met 38 graden bijna een landelijk hitterecord werd gehaald.

Week van de waarheid

Vorige week was met 20 trainingsuren de week van de waarheid. Na een duurtraining op dinsdag deed ik woensdag mee aan de Zomer Avond Competitie, een trainingswedstrijd op een afgesloten parcours in Nieuwkuijk. Om de puntjes op de i te zetten volgden in het weekend twee heuveltrainingen. Vrijdag reed ik 170 kilometer in de Ardennen, over het parcours van de Chouffe Classic, een aanrader! Vanaf de Baraque de Fraiture in de Hoge Venen reed ik oostwaarts, over droomwegen rond Burg Reuland in het Duitstalige deel van België. De onbekende wegen en weidse landschappen herinnerden me verschillende redenen waarom ik ben gaan fietsen: mooie plekken ontdekken, een uitdaging aangaan in bijzondere landschappen en het gevoel ervaren van vrijheid.

Maar de aanhoudende hitte, de slechte benen en zware beklimmingen zoals de Rue Saint-Roche (max 18%) en Col du Haussire (volgens het boek Cotacol de zwaarste klim van Belgie), maakten het trainen een zware beproeving. Dat ik mijn auto op een van de hoogste heuvels van Belgie had geparkeerd, betekende dat ik helemaal naar 650 meter hoogte moest klimmen. De luchtkwaliteit was bovendien erg slecht door de hitte. Inspanningsastma speelde op en ik heb na het fietsen nog een kwartier lopen proesten bij de auto.

Met een groep trokken we zondag naar de Eifel voor een ronde van 135 kilometer rond de Rursee bij Monschau. Ik was zo kapot dat gas geven bergop niet meer ging. Op de in ons fietsclubje beruchte beklimming Der Hammer zag ik mijn hartslag van D3 terug naar D2 zakken. Die dag heb ik niet meer geforceerd en rustig uitgereden.

Supercompensatie

Ik was kort gezegd ‘naar de klote’ begin deze week en dat was gek genoeg juist de bedoeling. Aschwin creëert in zijn schema’s ‘functionele overtraindheid’, wat inhoudt dat je je lichaam een flinke optater geeft en dan een week laat herstellen, waardoor je op een hoger niveau komt: supercompensatie.

Dat betekent niet dat ik deze week achterover kon leunen. Een week zonder trainen zou tot gevolg hebben dat mijn lichaam in de ruststand schiet en dus pap in de benen aan de start in Zwitserland. Om dat te voorkomen heb ik doorgetraind, maar niet intensief met het oog op het herstel na de afgelopen zware week. Dus ben ik woensdag naar Limburg geweest voor een duurtraining van 3 uur en heb ik gisteren losgetrapt. En straks nog losrijden in Zwitserland natuurlijk.

Voor mijn vorige trainingsdoel de Tour de Kärnten leidde de strategie met supercompensatie tot een topdag met de openingsrit van die etappekoers. Hopelijk voelen de benen morgen zoals zoals toen!

De voorbereiding voor een cyclo bestaat uit meer dan trainen. Hieronder nog een paar zaken waarmee ik me heb beziggehouden.

Voeding

Tijdens de trainingsperiode heb ik extra gelet op mijn voeding. Als je zo intensief traint, heeft je lichaam brandstof nodig. Dus ik at koolhydraat- en eiwitrijk voedsel, goed voor respectievelijk duurtraining en spieropbouw. Ik ging op een rantsoen van havermout, broodjes met kip en avocado, rijst, pasta en dronk na zware trainingen trouw een herstelshake. De voorbije dagen heb ik extra gegeten om brandstof te stapelen voor de cyclo en zwoor ik de alcohol voor een weekje af.

Materiaal

Om je kansen op een goede uitslag in een cyclo te vergroten, wil je natuurlijk je materiaal tiptop in orde hebben. Voor de cyclo heb ik een nieuwe klimwielset aangeschaft die beter is voor de bergen dan mijn carbonvelgen. Met aluminium wielen velgen kun je krachtiger remmen, met name in natte omstandigheden. Bovendien is het aerodynamisch voordeel van carbonwielen lager in de bergen. De versleten trappers op mijn fiets heb ik vervangen en ik heb de achterderailleur opnieuw afgesteld, zodat hij weer soepel loopt. En natuurlijk de fiets netjes gepoetst!

Spullen en gadgets tijdens de cyclo

Als het niet op Strava staat, is het niet gebeurd, luidt het credo. Om ervoor te zorgen dat mijn Wahoo morgen niet uitvalt, bind ik een powerbank aan mijn stuur voor extra batterijduur. Niet alleen voor die epische Strava-log, maar ook zodat ik nog in het einde van de koers mijn hartslag kan zien en de gps-kaart kan gebruiken waarop ik kan zien hoe bochten lopen in de afdalingen. Dat zijn die paar extra grammen aan de fiets wel waard. Normaal neem ik een reserve binnenband mee, maar wegens de lengte van de cyclo en omdat we morgen eindigen met een gravelklim, steek ik er een extra.

Eten en drinken voor en tijdens de cyclo

Het ontbijt met een croissantje ham/kaas in het hotel (nul koolhydraten) sla ik morgen over vervang ik voor een zelf meegenomen havermout mix. Volgens de boekjes moet ik morgen zo’n zestien repen en/of gelletjes eten en zeker zes bidons leegdrinken. Dat kan ik natuurlijk nooit allemaal meenemen op de fiets. Aangezien ik geen verzorgers mee heb, zal het aankomen op stoppen bij de drinkposten. Dat moet ik goed timen, zonder dat ik de aansluiting met mijn groepje verlies.

Kleding

De weersvoorspellingen zijn goed, dus ik neem alleen armstukken en een gilet voor in de afdalingen als extra’s mee. Tijdens het wachten in het startvak, trek ik een opengeknipte vuilniszak aan om warm te blijven, een beproefd recept voor cyclorijders die voorin willen starten.